Art. 8 Richtlijn 2014/45/EU, Technisch certificaat
1. De lidstaten zien erop toe dat de controlecentra, of, indien relevant, de bevoegde instanties die een technische controle van een voertuig hebben verricht, een technisch certificaat voor dat voertuig afgeven dat ten minste de gestandaardiseerde elementen van de desbetreffende geharmoniseerde Unie-codes van bijlage II aanduidt.
2. De lidstaten zien erop toe dat de controlecentra of, indien relevant, de bevoegde instanties, de persoon die het voertuig voor een controle heeft gebracht het technisch certificaat of, in geval van een elektronisch technisch certificaat, een gecertificeerde gedrukte versie van het certificaat ter beschikking stellen.
3. Wanneer een voertuig dat in een andere lidstaat reeds is, opnieuw wordt ingeschreven, erkent elke lidstaat, onverminderd artikel 5, het technisch certificaat dat door die andere lidstaat is afgegeven als een zelf afgegeven certificaat, op voorwaarde dat het technisch certificaat nog geldig is wat betreft de frequentie-intervallen die voor periodieke technische controles zijn ingesteld door de lidstaat waar het voertuig opnieuw wordt ingeschreven. In geval van twijfel kan de lidstaat waar het voertuig opnieuw wordt, de geldigheid van het technisch certificaat nagaan alvorens het te erkennen. De lidstaten doen de Commissie vóór 20 mei 2018 een beschrijving van hun technisch certificaat toekomen. De Commissie stelt het in artikel 19 bedoelde comité hiervan in kennis. Dit lid is niet van toepassing op de voertuigcategorieën L3e, L4e, L5e en L7e.
4. Onverminderd artikel 5, lid 4, en lid 3 van dit artikel, erkennen de lidstaten in beginsel de geldigheid van het technisch certificaat wanneer het voertuig — waarvoor een geldig bewijs van periodieke technische controle beschikbaar is — van eigenaar verandert.
5. Met ingang van 20 mei 2018 en uiterlijk op 20 mei 2021 delen de controlecentra de in de door hen afgegeven technische certificaten vermelde informatie langs elektronische weg mee aan de bevoegde instantie van de lidstaat. Deze mededeling geschiedt binnen een redelijke termijn na de afgifte van elk technische certificaat. Tot laatstgenoemde datum kunnen de controlecentra deze informatie via andere kanalen aan de bevoegde instantie meedelen. De lidstaten bepalen de termijn gedurende welke de bevoegde instantie de informatie dient te bewaren. Die termijn mag niet korter zijn dan 36 maanden, onverminderd de nationale belastingstelsels van de lidstaten.
6. De lidstaten zien erop toe dat, met het oog op de controle van de kilometerteller, voor zover die normaal aanwezig is, de informatie van de vorige technische controle ter beschikking van de controleurs wordt gesteld zodra deze elektronisch beschikbaar is. Wanneer manipulatie van de kilometerteller wordt vastgesteld, waarbij de geregistreerde afgelegde afstand is verminderd of de geregistreerde afgelegde afstand van een voertuig verkeerd wordt voorgesteld, wordt dit bestraft met doeltreffende, evenredige, afschrikkende en niet-discriminerende sancties.
7. De lidstaten zien erop toe dat de resultaten van de technische controle worden meegedeeld of zo spoedig mogelijk langs elektronische weg beschikbaar worden gesteld aan de instantie die verantwoordelijk is voor de van het voertuig. Deze kennisgeving dient de in het technisch certificaat vermelde informatie te bevatten.