Art. 3 Richtlijn 2014/45/EU, Definities
Uitsluitend voor de toepassing van deze richtlijn gelden de volgende definities:
1. „voertuig”: elk motorvoertuig dat niet op rails wordt voortbewogen of een aanhangwagen daarvan;
2. „motorvoertuig”: een door een motor aangedreven voertuig op wielen dat zich op eigen kracht voortbeweegt met een door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid van meer dan 25 km per uur;
3. „aanhangwagen”: een voertuig zonder aandrijving op wielen dat is ontworpen en gebouwd om getrokken te worden door een motorvoertuig;
4. „oplegger”: een voertuig dat is bestemd om aan een motorvoertuig te worden gekoppeld op zodanige wijze dat een deel ervan op het motorvoertuig rust en dat een aanzienlijk deel van het gewicht van de oplegger en van zijn lading door het motorvoertuig wordt gedragen;
5. „twee- of driewielig voertuig”: een door een motor aangedreven voertuig op wielen met of zonder zijspan, drie- en vierwielers;
6. „in een lidstaat ingeschreven voertuig”: een voertuig dat in een lidstaat is ingeschreven of in gebruik is genomen;
7. „voertuig van historisch belang”: elk voertuig dat door de lidstaat van inschrijving of een aangewezen vergunningsinstantie daarvan als historisch wordt beschouwd en aan de volgende voorwaarden voldoet:
— het is ten minste dertig jaar geleden vervaardigd of voor het eerst ingeschreven;
— het specifieke voertuigtype, zoals omschreven in het relevante Unie- of nationale recht, wordt niet langer geproduceerd;
— het is historisch bewaard gebleven en in de oorspronkelijke staat behouden en de technische kenmerken van de hoofdonderdelen hebben geen veranderingen ondergaan;
8. „tenaamgestelde van een kentekenbewijs”: de rechtspersoon of natuurlijke persoon op wiens naam het voertuig is ingeschreven;
9. „technische controle”: een inspectie overeenkomstig bijlage I die is ontworpen om na te gaan of een voertuig veilig kan worden gebruikt op de openbare weg en of het aan de voorgeschreven en verplichte veiligheids- en milieukenmerken voldoet;
10. „goedkeuring”: een procedure waarbij een lidstaat certificeert dat een voertuig voldoet aan de relevante bestuursrechtelijke bepalingen en technische voorschriften als bedoeld in Richtlijn 2002/24/EG, Richtlijn 2003/37/EG en Richtlijn 2007/46/EG;
11. „gebreken”: technische defecten of andere vormen van niet-naleving die tijdens een technische controle worden vastgesteld;
12. „technisch certificaat”: een door de bevoegde instantie of een controlecentrum afgegeven rapport van de technische controle, met het resultaat van de technische controle;
13. „controleur”: een persoon die door de lidstaat of de bevoegde instantie ervan is gemachtigd om technische controles uit te voeren in een controlecentrum of, in voorkomend geval, namens een bevoegde instantie;
14. „bevoegde instantie”: een instantie die, respectievelijk publiek orgaan dat door de lidstaat belast is met het beheer van het systeem van technische controles, met inbegrip van, indien van toepassing, het verrichten van technische controles;
15. „controlecentrum”: een openbaar of particulier orgaan dat of een openbare of particuliere instelling die van een lidstaat een vergunning heeft verkregen om technische controles te verrichten;
16. „toezichthoudend orgaan”: een door een lidstaat ingesteld orgaan dat, of door de lidstaat ingestelde organen die, belast is, respectievelijk zijn, met het toezicht op controlecentra. Toezichthoudende organen kunnen deel uitmaken van de bevoegde instantie of bevoegde instanties;
17. „klein eiland”: een eiland met minder dan 5 000 inwoners dat niet met bruggen of tunnels voor wegverkeer met de andere delen van het grondgebied is verbonden;
18. „dunbevolkt gebied”: een van tevoren afgebakend gebied met een bevolkingsdichtheid van minder dan vijf inwoners per vierkante kilometer;
19. „openbare weg”: een weg van algemeen openbaar nut, zoals lokale, regionale of nationale wegen, snelwegen, autowegen en autosnelwegen.