Art. 13 Richtlijn 2014/45/EU, Controleurs
1. De lidstaten zien erop toe dat technische controles worden uitgevoerd door controleurs die voldoen aan de in bijlage IV neergelegde minimumvereisten inzake competentie en opleiding. De lidstaten mogen bijkomende eisen stellen op het vlak van competentie en relevante opleiding.
2. De bevoegde instanties of, in voorkomend geval, de erkende opleidingscentra geven een certificaat af aan de controleurs die voldoen aan de minimumvereisten inzake competentie en opleiding. Dit certificaat bevat ten minste de in bijlage IV, punt 3, genoemde informatie.
3. Controleurs die op 20 mei 2018 in dienst zijn bij of erkend zijn door de bevoegde instanties van de lidstaat of een controlecentrum worden vrijgesteld van de in bijlage IV, punt 1, neergelegde vereisten.
4. Bij de uitvoering van een technische controle heeft de controleur geen belangenconflict zodat voldaan wordt aan de eis van de betrokken lidstaat of bevoegde instantie dat een hoog niveau van onpartijdigheid en objectiviteit wordt gehandhaafd.
5. De persoon die het voertuig voor controle brengt wordt in kennis gesteld van de gebreken die moeten worden verholpen.
6. De resultaten van een technische controle kunnen in voorkomend geval alleen worden veranderd door het toezichthoudende orgaan of overeenkomstig de door de bevoegde instantie ingestelde procedure indien de bevindingen van de technische controle duidelijk niet correct zijn.