Art. 7 Richtlijn 2014/45/EU, Beoordeling van gebreken
1. Voor elk te controleren punt biedt bijlage I een minimumlijst van mogelijke gebreken en de ernst daarvan.
2. De gebreken die worden vastgesteld tijdens de periodieke controle van voertuigen worden ingedeeld in een van de volgende groepen:
a) kleine gebreken die geen belangrijke gevolgen hebben voor de veiligheid van het voertuig of geen gevolgen voor het milieu, en andere kleine vormen van niet-naleving;
b) grote gebreken die de veiligheid van het voertuig in gevaar brengen of gevolgen hebben voor het milieu, of andere weggebruikers in gevaar brengen en andere belangrijke gevallen van niet-naleving;
c) gevaarlijke gebreken die een direct en onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid vormen of gevolgen hebben voor het milieu, en die rechtvaardigen dat een lidstaat of zijn bevoegde instanties het gebruik van het voertuig op de openbare weg kan of kunnen verbieden.
3. Een voertuig dat gebreken vertoont die in meer dan één van de in lid 2 bedoelde groepen van gebreken vallen, wordt ingedeeld in de groep die overeenstemt met het ernstigste gebrek. Een voertuig met verscheidene gebreken binnen dezelfde controlegebieden als geïdentificeerd in het toepassingsgebied van de controle bedoeld in punt 2 van bijlage I, mag in de volgende groep van ernstigste gebreken worden ingedeeld indien kan worden aangetoond dat het gecombineerde effect van de gebreken resulteert in een hoger risico voor de verkeersveiligheid.