Art. 17 Verordening (EU) nr. 1316/2013, Meerjarenwerkprogramma en/of jaarlijkse werkprogramma's
Verordening (EU) nr. 1316/2013
1. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen voor elke sector van de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie een meerjarenwerkprogramma en jaarlijkse werkprogramma's vast. De Commissie kan tevens een meerjarenwerkprogramma en jaarlijkse werkprogramma's voor meer dan één sector vaststellen. De desbetreffende uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 25, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
2. De Commissie evalueert de meerjarenwerkprogramma's ten minste halverwege. Het meerjarenwerkprogramma wordt indien nodig door de Commissie bij uitvoeringshandeling herzien. De uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 25, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
3. De Commissie stelt de meerjarenwerkprogramma's voor de in deel I van bijlage I vastgestelde projecten van gemeenschappelijk belang in de sector vervoer vast.
De desbetreffende financiële middelen bedragen 80 tot 85 % van de in artikel 5, lid 1, onder a), vermelde begrotingsmiddelen.
De in deel I van bijlage I vermelde projecten binden de lidstaten niet ten aanzien van hun besluiten inzake programmering. Het besluit om deze projecten ten uitvoer te leggen is een bevoegdheid van de lidstaten en hangt af van de publieke financieringscapaciteit, en van de sociaaleconomische levensvatbaarheid overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EU) nr. 1315/2013.
4. De Commissie stelt de jaarlijkse werkprogramma's voor de sectoren vervoer, telecommunicatie en energie vast voor projecten van gemeenschappelijk belang die niet in de meerjarenwerkprogramma's zijn opgenomen.
5. De Commissie bepaalt, bij de vaststelling van de meerjarenwerkprogramma's en de sectorale jaarlijkse werkprogramma's, de selectie- en gunningscriteria overeenkomstig de doelstellingen en prioriteiten die zijn vastgelegd in de artikelen 3 en 4 van deze verordening en in Verordening (EU) nr. 1315/2013, Verordening (EU) nr. 347/2013 of in de toepasselijke verordening betreffende richtsnoeren voor trans-Europese netwerken op het gebied van telecommunicatie-infrastructuur. Bij het vaststellen van de gunningscriteria houdt de Commissie rekening met de algemene richtsnoeren in deel V van bijlage I bij de onderhavige verordening.
6. In de sector energie wordt in de eerste twee jaarlijkse werkprogramma's bij voorrang aandacht besteed aan projecten van gemeenschappelijk belang en aanverwante acties waarmee wordt beoogd het isolement op energiegebied te doorbreken en knelpunten weg te werken, alsmede de interne energiemarkt te voltooien.
7. De werkprogramma's worden gecoördineerd om de synergie tussen vervoer, energie en telecommunicatie te benutten, met name op het gebied van slimme energienetten, elektrische mobiliteit, intelligente en duurzame vervoersystemen, gezamenlijke doorgangsrechten en koppeling van infrastructuur. De Commissie doet ten minste één multisectorale oproep tot het indienen van voorstellen betreffende acties die op grond van artikel 7, lid 5, voor bijstand in aanmerking komen, en waarvoor de sectoraal toegekende bedragen worden gewogen volgens het sectorale aandeel in de in aanmerking komende uitgaven voor acties die met het oog op CEF-financiering zijn geselecteerd.