Art. 98 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Bezwaarprocedure
Verordening (EU) nr. 1308/2013
Lidstaten, derde landen of natuurlijke of rechtspersonen met een rechtmatig belang die woonachtig of gevestigd zijn in een andere lidstaat dan die waar de bescherming is aangevraagd, of in een derde land, kunnen gedurende uiterlijk twee maanden na de bekendmaking van het in artikel 94, lid 1, onder d), bedoelde enig document bezwaar tegen de voorgestelde bescherming aantekenen door bij de Commissie een met redenen omklede verklaring in te dienen met betrekking tot de in deze onderafdeling bepaalde voorwaarden om voor bescherming in aanmerking te komen.
In een derde land woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen dienen hun bezwaarschrift binnen de in de eerste alinea vastgestelde termijn van twee maanden rechtstreeks of via de autoriteiten van het betrokken derde land bij de Commissie in.