Art. 96 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Inleidende nationale procedure
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. De aanvraag tot bescherming van een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding voor wijn van oorsprong uit de Unie wordt behandeld in het kader van een inleidende nationale procedure.
2. De beschermingsaanvraag wordt ingediend in de lidstaat op het grondgebied waarvan de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding is ontstaan.
3. De betrokken lidstaat gaat na of de beschermingsaanvraag voldoet aan de in deze onderafdeling vastgestelde voorwaarden.
De door die lidstaat te volgen nationale procedure houdt in dat de aanvraag naar behoren wordt bekendgemaakt en dat op het grondgebied van de betrokken lidstaat woonachtige of gevestigde natuurlijke of rechtspersonen met een legitiem belang gedurende ten minste twee maanden na de datum van bekendmaking van de beschermingsaanvraag bezwaar kunnen aantekenen tegen de voorgestelde bescherming door een met redenen omkleed bezwaarschrift in te dienen bij de betrokken lidstaat.
4. Indien de lidstaat die de aanvraag onderzoekt, oordeelt dat een oorsprongsbenaming of geografische aanduiding niet aan de voorwaarden van deze onderafdeling voldoet of onverenigbaar is met de Uniewetgeving, wijst hij de aanvraag af.
5. Indien de lidstaat die de aanvraag onderzoekt, oordeelt dat aan de eisen is voldaan, wordt het productdossier door hem volgens een adequate nationale procedure in ieder geval op het internet gepubliceerd en zendt de lidstaat de aanvraag naar de Commissie.