Art. 102 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Verband met handelsmerken

Verordening (EU) nr. 1308/2013

1. De registratie van een handelsmerk dat geheel of gedeeltelijk gevormd wordt door een beschermde oorsprongsbenaming of een beschermde geografische aanduiding die het betrokken productdossier niet naleeft, of waarvan het gebruik valt onder artikel 103, lid 2, en dat betrekking heeft op een product van de in bijlage VII, deel II, vermelde categorieën, wordt:

a) geweigerd indien de aanvraag voor registratie van het handelsmerk is ingediend na de datum waarop de aanvraag tot bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding bij de Commissie is ingediend, en de oorsprongsbenaming of geografische aanduiding vervolgens wordt beschermd, of

b) nietig verklaard.

2. Onverminderd artikel 101, lid 2, geldt dat een merk als bedoeld in lid 1 van dit artikel hetzij vóór de datum van bescherming van de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding in het land van oorsprong, hetzij vóór 1 januari 1996, op het grondgebied van de Unie is gedeponeerd, is geregistreerd of, mits het betrokken recht in deze mogelijkheid voorziet, rechten heeft verworven door gebruik te goeder trouw, verder mag worden gebruikt en mag worden verlengd, niettegenstaande de bescherming van de oorsprongsbenaming of van de geografische aanduiding, op voorwaarde dat er geen redenen zijn om het merk nietig of vervallen te verklaren op grond van Richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad (31) of van Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad (32).

In dergelijke gevallen, mag de oorsprongsbenaming of de geografische aanduiding naast het betrokken merk worden gebruikt.