Art. 26 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Steun voor het verstrekken van melk en zuivelproducten aan kinderen

Verordening (EU) nr. 1308/2013

1. Er wordt Uniesteun verleend voor de verstrekking van bepaalde melkproducten en producten op basis van verwerkte melk van de GN-codes 0401 , 0403 , 0404 90 en 0406 of GN-code 2202 90 aan kinderen in de in artikel 22 bedoelde onderwijsinstellingen.

2. Met ingang van 1 augustus 2015 stellen lidstaten die op nationaal of regionaal niveau aan de regeling wensen deel te nemen, vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vast. Zij kunnen tevens voorzien in de begeleidende maatregelen die nodig zijn om het programma doeltreffend te doen functioneren; het kan daarbij gaan om de verstrekking van informatie over het geven van voorlichting over gezonde eetgewoonten, lokale voedselketens en de bestrijding van voedselverspilling.

3. Bij het uitstippelen van hun strategieën stellen de lidstaten een lijst van melk- en zuivelproducten op die volgens hun respectieve regelingen in aanmerking komen, overeenkomstig de door de Commissie krachtens artikel 27 vastgestelde voorschriften.

4. Tenzij voor gratis verstrekking van maaltijden aan kinderen in onderwijsinstellingen, wordt de in lid 1 bedoelde steun van de Unie niet gebruikt ter vervanging van de financiering van bestaande nationale schoolmelk- en zuivelproductenregelingen of andere regelingen voor de verstrekking van, onder meer, melk en zuivelproducten op scholen. Indien een lidstaat echter reeds beschikt over een regeling die uit hoofde van deze verordening in aanmerking zou komen voor Uniesteun, en van plan is die regeling uit te breiden of doeltreffender te maken, onder meer wat betreft de doelgroep van de regeling, de duur ervan of de in aanmerking komende producten, kan Uniesteun worden verstrekt. In dat geval geeft de lidstaat in zijn uitvoeringsstrategie aan hoe hij de regeling wil uitbreiden of doeltreffender wil maken.

5. De lidstaten kunnen de Uniesteun overeenkomstig artikel 217 aanvullen met nationale steun.

6. De schoolmelk- en zuivelproductenregeling van de Unie laat aparte nationale schoolmelkregelingen voor het bevorderen van de consumptie van melk en zuivelproducten die in overeenstemming zijn met het recht van de Unie onverlet.

7. De maatregelen inzake de bepaling van de Uniesteun voor alle melk en zuivelproducten en van de maximumhoeveelheid die in aanmerking komt voor de in lid 1 bedoelde Uniesteun worden overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU door de Raad vastgesteld.

8. De deelnemende lidstaten maken op de plaatsen van de verstrekking bekend dat zij deelnemen aan de steunregeling en geven daarbij de rol van de Unie als subsidieverstrekker aan.