Art. 23 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Steun voor de verstrekking van groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en bananen aan kinderen
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. Er wordt Uniesteun verleend voor:
a) de verstrekking aan kinderen in de in artikel 22 bedoelde onderwijsinstellingen van producten van de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen; en
b) bepaalde daarmee gepaard gaande kosten op het gebied van logistiek en distributie, materieel, publiciteit, monitoring, evaluatie en begeleidende maatregelen.
2. Lidstaten die aan de regeling wensen deel te nemen, stellen op nationaal of regionaal niveau vooraf een strategie voor de uitvoering van de regeling vast. Zij voorzien tevens in de begeleidende maatregelen die nodig zijn om de regeling doeltreffend te doen functioneren; het kan daarbij gaan om de verstrekking van informatie over het geven van voorlichting over gezonde eetgewoonten, lokale voedselketens en de bestrijding van voedselverspilling.
3. Bij de bepaling van hun strategie stellen de lidstaten een lijst op van de producten van de sector groenten en fruit, de sector verwerkte groenten en fruit en de sector bananen die in het kader van hun regeling voor steun in aanmerking zullen komen. Op de lijst komen geen producten voor die in bijlage V zijn vermeld.
In naar behoren gemotiveerde gevallen, bijvoorbeeld indien een lidstaat een breed assortiment producten onder zijn regeling wil laten vallen of zijn regeling aantrekkelijker wil maken, kan de strategie er evenwel in voorzien dat dergelijke producten toch voor steun in aanmerking kunnen komen, mits er slechts beperkte hoeveelheden van de in die bijlage genoemde stoffen aan de producten zijn toegevoegd.
De lidstaten zien erop toe dat de lijst van dergelijke producten die volgens hun regeling voor steun in aanmerking komen, door hun bevoegde gezondheidsautoriteiten wordt goedgekeurd.
De lidstaten baseren hun productkeuze op objectieve criteria, zoals gezondheids- en milieuoverwegingen, seizoensgebondenheid, verscheidenheid of beschikbaarheid van producten, waarbij indien mogelijk prioriteit wordt gegeven aan producten van oorsprong uit de Unie, meer bepaald aan lokale aankopen, lokale markten, korte toeleveringsketens en/of milieubaten.
4. De maatregelen inzake de bepaling van de in lid 1 bedoelde Uniesteun worden overeenkomstig artikel 43, lid 3,VWEU door de Raad vastgesteld.
5. De in lid 1 bedoelde Uniesteun wordt aan elke lidstaat toegewezen volgens objectieve criteria, gebaseerd op het percentage kinderen van zes tot tien jaar.
De lidstaten die aan de regeling deelnemen, dienen elk jaar op basis van hun in lid 2 bedoelde strategie een aanvraag voor Uniesteun in.
De maatregelen inzake de bepaling van het minimumbedrag aan Uniesteun per aan de regeling deelnemende lidstaat en inzake de indicatieve en definitieve steuntoewijzing aan de lidstaten worden overeenkomstig artikel 43, lid 3, VWEU door de Raad vastgesteld.
6. De in lid 1 bedoelde Uniesteun wordt niet gebruikt ter vervanging van de financiering van bestaande nationale schoolfruitregelingen in het kader waarvan groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit, en bananen worden verstrekt, of van andere regelingen voor de verstrekking van dergelijke producten op scholen.
Indien een lidstaat echter reeds beschikt over een regeling die op grond van dit artikel in aanmerking zou komen voor Uniesteun, en van plan is die regeling uit te breiden of doeltreffender te maken, onder meer wat betreft de doelgroep van de regeling, de duur ervan of de in aanmerking komende producten, kan Uniesteun worden verstrekt, mits de in artikel 43, lid 3, VWEU bepaalde maxima in acht worden genomen wat betreft de verhouding van de Uniesteun tot de totale nationale bijdrage. In dat geval geeft de lidstaat in zijn uitvoeringsstrategie aan hoe hij de regeling wil uitbreiden of doeltreffender wil maken.
7. De lidstaten kunnen de Uniesteun overeenkomstig artikel 217 aanvullen met nationale steun.
8. De schoolfruit- en groentenregeling van de Unie laat aparte nationale schoolfruit- en groentenregelingen die verenigbaar zijn met het Unierecht onverlet.
9. De Unie kan krachtens artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1306/2013 tevens financiering verlenen voor voorlichtings-, monitoring- en evaluatiemaatregelen met betrekking tot de schoolfruit- en groentenregeling, onder meer met het oog op de bewustmaking van het publiek, en voor maatregelen inzake netwerkvorming in dit verband.
10. De deelnemende lidstaten maken op de plaatsen van de verstrekking bekend dat zij deelnemen aan de steunregeling en geven daarbij de rol van de Unie als subsidieverstrekker aan.