Art. 24 Verordening (EU) nr. 1308/2013, Gedelegeerde bevoegdheden
Verordening (EU) nr. 1308/2013
1. Teneinde gezonde eetgewoonten bij kinderen te bevorderen en ervoor te zorgen dat de steun naar kinderen in de in artikel 22 bedoelde doelgroep gaat, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen ten aanzien van voorschriften inzake:
a) de aanvullende criteria inzake de doelgroepen van door de lidstaten verleende steun;
b) de erkenning en de selectie van steunaanvragers door de lidstaten;
c) de opstelling van de nationale of regionale strategieën en inzake begeleidende maatregelen.
2. Teneinde een efficiënte en doelgerichte besteding van de middelen van de Unie te bewerkstelligen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:
a) de methode voor de herverdeling van de in artikel 23, lid 5, bedoelde indicatief toegewezen steun over de lidstaten op basis van de ontvangen aanvragen;
b) de voor Uniesteun in aanmerking komende kosten in de strategieën van de lidstaten, en de mogelijkheid om voor specifieke kosten een forfaitair maximum te bepalen;
c) de verplichting voor de lidstaten de doeltreffendheid van hun schoolfruit- en groentenregelingen te monitoren en te evalueren.
3. Teneinde de regeling onder de aandacht van het publiek te brengen, wordt aan de Commissie de bevoegdheid verleend om overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarbij de lidstaten die een schoolfruit- en groentenregeling hebben ingevoerd, ertoe worden verplicht bekendheid te geven aan de subsidiëring met Uniesteun.