Art. 65 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Financiële bepalingen
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. Voor de financiering van de in deze titel bedoelde betaling brengen de lidstaten op de totaalbedragen die voor de desbetreffende betalingen beschikbaar zijn, de bedragen in mindering waarop de kleine landbouwbedrijven recht zouden hebben gehad:
a) uit hoofde van de basisbetalingsregeling of de regeling inzake een enkele areaalbetaling als bedoeld in titel III, hoofdstuk 1;
b) als herverdelingsbetalings bedoeld in titel III, hoofdstuk 2;
c) als betaling voor klimaat- en milieuvriendelijke landbouwpraktijken bedoeld in titel III, hoofdstuk 3;
d) als betaling voor gebieden met natuurlijke beperkingen bedoeld in titel III, hoofdstuk 4;
e) als betaling voor jonge landbouwers bedoeld in titel III, hoofdstuk 5, en
f) als gekoppelde steun bedoeld in titel IV.
In de lidstaten die ervoor hebben gekozen het bedrag van de betaling overeenkomstig artikel 63, lid 2, eerste alinea, onder a), te berekenen, wordt, indien de som van deze bedragen voor een individuele landbouwer het door hen vastgestelde maximumbedrag overschrijdt, elk bedrag proportioneel verlaagd.
2. Het verschil tussen de som van alle betalingen die in het kader van de regeling voor kleine landbouwbedrijven verschuldigd zijn, en het totale bedrag dat overeenkomstig de eerste alinea wordt gefinancierd, wordt op een of meer van de volgende wijzen gefinancierd:
a) door in het betreffende jaar artikel 30, lid 7, toe te passen;
b) door de middelen voor de financiering van de in titel III, hoofdstuk 5, vastgestelde betaling voor jonge landbouwers te gebruiken die onbenut zijn gebleven in het desbetreffende jaar;
c) door een lineaire verlaging toe te passen op alle betalingen die overeenkomstig artikel 32 of artikel 36 moeten worden toegekend.
3. Behalve indien de lidstaat ervoor heeft gekozen om het bedrag van de jaarlijkse betaling overeenkomstig artikel 63, lid 2, eerste alinea, onder a), vast te stellen, blijven de elementen op basis waarvan de in lid 1 van dit artikel bedoelde bedragen worden vastgesteld, dezelfde voor de gehele duur van de deelneming van de landbouwer aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven.
4. Indien het totale bedrag aan betalingen dat in het kader van de regeling voor kleine landbouwbedrijven verschuldigd is, meer dan 10 % van het in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum beloopt, passen de lidstaten op de overeenkomstig deze titel te betalen bedragen een lineaire verlaging toe om ervoor te zorgen dat dit percentage in acht wordt genomen, tenzij zij het bedrag van de betaling overeenkomstig artikel 63, lid 2, eerste alinea, onder a), hebben vastgesteld zonder de derde alinea van artikel 63, lid 2, toe te passen.
Dezelfde uitzondering geldt voor de lidstaten die het bedrag van de betaling overeenkomstig artikel 63, lid 2, eerste alinea, onder b), hebben vastgesteld zonder de derde alinea van artikel 63, lid 2, toe te passen, wier nationaal maximum zoals vermeld in bijlage II voor het jaar 2019 hoger is dan voor het jaar 2015, en die de in artikel 25, lid 1, of in artikel 36, lid 2, bedoelde berekeningsmethode toepassen.