Art. 64 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Bijzondere voorwaarden

Verordening (EU) nr. 1307/2013

1. Tijdens de deelname aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven wordt door de betrokken landbouwers:

a) ten minste een aantal subsidiabele hectaren aangehouden dat overeenstemt met het aantal in eigenodm of gehuurde betalingsrechten waarover zij beschikken, of met het aantal subsidiabele hectaren dat zij in 2015 overeenkomstig artikel 36, lid 2 aangeven;

b) voldaan aan de in artikel 10, lid 1, onder b), vastgestelde minimumeis.

2. Betalingsrechten die uit hoofde van de artikelen 32 en 33 in 2015 zijn geactiveerd door een landbouwer die aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven deelneemt, worden beschouwd als geactiveerde betalingsrechten zolang de landbouwer aan deze regeling deelneemt.

De in eigendom of gehuurde betalingsrechten waarover de landbouwer gedurende de deelname aan deze regeling beschikt, worden niet beschouwd als niet-gebruikte betalingsrechten die overeenkomstig artikel 31, lid 1, onder b), aan de nationale reserve of regionale reserves moeten vervallen.

In de lidstaten die artikel 36 toepassen, worden de subsidiabele hectaren die in 2015 overeenkomstig artikel 36, lid 2, worden aangegeven door een landbouwer die aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven deelneemt, beschouwd als aangegeven voor de duur van de deelneming van de landbouwer aan die regeling.

3. In afwijking van artikel 34 zijn betalingsrechten van landbouwers die aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven deelnemen niet overdraagbaar, behalve bij vererving en verwachte vererving.

Landbouwers die door middel van vererving of verwachte vererving betalingsrechten ontvangen van een landbouwer die aan de regeling voor kleine landbouwbedrijven deelneemt, komen voor deelname aan deze regeling in aanmerking mits zij voldoen aan de eisen van de basisbetalingsregeling en zij alle betalingsrechten erven van de landbouwer van wie zij de betalingsrechten ontvangen.

4. De leden 1 en 2 alsmede lid 3, eerste alinea, zijn niet van toepassing indien een lidstaat opteert voor de in artikel 63, lid 2, eerste alinea, onder a), vastgestelde betalingsmethode zonder artikel 63, lid 2, derde alinea, toe te passen.

5. Ter wille van de rechtszekerheid is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 70 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de voorwaarden voor deelname aan de regeling bij verandering van de situatie van de deelnemende landbouwer worden vastgelegd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen