Art. 70 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Uitoefening van de delegatie
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2. De in artikel 2, artikel 4, lid 3, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 3, artikel 9, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 35, artikel 36, lid 6, artikel 39, lid 3, artikel 43, lid 12, artikel 44, lid 5, artikel 45, leden 5 en 6, artikel 46, lid 9, artikel 50, lid 11, artikel 52, lid 9, artikel 57, lid 3, artikel 58, lid 5, artikel 59, lid 3, artikel 64, lid 5, artikel 67, leden 1 en 2, en artikel 73 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van zeven jaar met ingang van 1 januari 2014. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van zeven jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.
3. Het europees Parlement of de Raad kan de in artikel 2, artikel 4, lid 3, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 3, artikel 9, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 35, artikel 36, lid 6, artikel 39, lid 3, artikel 43, lid 12, artikel 44, lid 5, artikel 45, leden 5 en 6, artikel 46, lid 9, artikel 50, lid 11, artikel 52, lid 9, artikel 57, lid 3, artikel 58, lid 5, artikel 59, lid 3, artikel 64, lid 5, artikel 67, leden 1 en 2, en artikel 73 bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie in werking of op daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
5. Een uit hoofde van artikel 2, artikel 4, lid 3, artikel 6, lid 3, artikel 7, lid 3, artikel 8, lid 3, artikel 9, lid 5, artikel 20, lid 6, artikel 35, artikel 36, lid 6, artikel 39, lid 3, artikel 43, lid 12, artikel 44, lid 5, artikel 45, leden 5 en 6, artikel 46, lid 9, artikel 50, lid 11, artikel 52, lid 9, artikel 57, lid 3, artikel 58, lid 5, artikel 59, lid 3, artikel 64, lid 5, artikel 67, leden 1 en 2, en artikel 73 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad met twee maanden verlengd.