Art. 37 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Nationale overgangssteun
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. Lidstaten die de regeling inzake een enkele areaalbetaling overeenkomstig artikel 36 toepassen, kunnen besluiten om in de periode 2015-2020 nationale overgangssteun toe te kennen.
2. De nationale overgangssteun kan worden toegekend aan landbouwers in sectoren die deze steun of, in het geval van Bulgarije en Roemenië, aanvullende nationale rechtstreekse betalingen, in 2013 hebben ontvangen.
3. De voorwaarden voor de toekenning van de nationale overgangssteun zijn identiek aan die welke zijn toegestaan voor de toekenning van betalingen overeenkomstig artikel 132, lid 7, of artikel 133 bis van Verordening (EG) nr. 73/2009 met betrekking tot 2013, met uitzondering van de verlaging van de betalingen als gevolg van de toepassing van artikel 132, lid 2 in samenhang met de artikelen 7 en 10 van die verordening.
4. Het totaalbedrag van de nationale overgangssteun dat voor elke in lid 2 bedoelde sector aan landbouwers kan worden toegekend, wordt beperkt tot het onderstaande percentage van de sectorspecifieke financiële middelen toegestaan door de Commissie overeenkomstig artikel 132, lid 7, of artikel 133 bis, lid 5, van Verordening (EG) nr. 73/2009 in 2013:
— 75 % in 2015,
— 70 % in 2016,
— 65 % in 2017,
— 60 % in 2018,
— 55 % in 2019,
— 50 % in 2020.
Voor Cyprus wordt dit percentage berekend op basis van de sectorspecifieke totaalbedragen als vermeld in bijlage XVII bis bij Verordening (EG) nr. 73/2009.
5. De leden 2 en 3 zijn niet van toepassing op Cyprus.
6. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 31 maart van elk jaar in kennis van de in lid 1 bedoelde besluiten. De kennisgeving omvat de volgende informatie:
a) de sectorspecifieke financiële middelen;
b) in voorkomend geval het maximumpercentage voor de nationale overgangssteun.
7. De lidstaten kunnen, op basis van objectieve criteria en binnen de in lid 4 vastgestelde beperkingen, een besluit nemen over de toe te kennen bedragen aan nationale overgangssteun.