Art. 14 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Flexibiliteit tussen de pijlers
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. Uiterlijk op 31 december 2013 kunnen de lidstaten besluiten om ten hoogste 15 % van hun jaarlijkse nationale maxima voor het kalenderjaar 2014 vermeld in bijlage VIII bij Verordening (EG) nr. 73/2009 en van hun jaarlijkse nationale maxima voor de kalenderjaren 2015 tot en met 2019 vermeld in bijlage II bij deze verordening, beschikbaar te stellen als aanvullende steun voor maatregelen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's die overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1305/2013 uit het ELFPO worden gefinancierd. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor de toekenning van rechtstreekse betalingen.
De Commissie wordt uiterlijk op 31 december 2013 van het in de eerste alinea bedoelde besluit in kennis gesteld. Het besluit vermeldt het in die alinea bedoelde percentage, dat per kalenderjaar kan variëren.
De lidstaten die met betrekking tot het kalenderjaar 2014 geen besluit zoals bedoeld in de eerste alinea nemen, kunnen uiterlijk op 1 augustus 2014 het daarin bedoelde besluit nemen met betrekking tot de kalenderjaren 2015 tot en met 2019. Zij stellen de Commissie uiterlijk tegen die datum in kennis van dergelijke besluiten.
De lidstaten kunnen besluiten om hun in dit lid bedoelde besluiten met ingang van het kalenderjaar 2018 te herzien. Besluiten gebaseerd op deze herziening mogen niet leiden tot een afname van het percentage waarvan de Commissie overeenkomstig de eerste, de tweede en de derde alinea in kennis is gesteld. De betrokken lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2017 in kennis van hun op deze herziening gebaseerde besluiten.
2. Uiterlijk op 31 december 2013 kunnen lidstaten die geen besluit zoals bedoeld in lid 1 nemen, besluiten om ten hoogste 15 % of, in het geval van Bulgarije, Estland, Spanje, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Roemenië, Slowakije, Finland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, ten hoogste 25 % van het bedrag dat is toegewezen voor steun voor maatregelen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's die in de periode 2015-2020 uit het ELFPO worden gefinancierd, zoals bepaald in Verordening (EU) nr. 1305/2013, beschikbaar te stellen als rechtstreekse betalingen. Het desbetreffende bedrag is daardoor niet meer beschikbaar voor steunmaatregelen in het kader van plattelandsontwikkelingsprogramma's.
De Commissie wordt uiterloijk op 31 december 2013 van het in de eerste alinea bedoelde besluit in kennis gesteld. Het besluit vermeldt het in die alinea genoemde percentage, dat per kalenderjaar kan variëren.
De lidstaten die met betrekking tot het begrotingsjaar 2015 geen besluit zoals bedoeld in de eerste alinea nemen, kunnen vóór 1 augustus 2014 het daarin bedoelde besluit nemen met betrekking tot de begrotingsjaren 2016 tot en met 2020. Zij stellen de Commissie uiterlijk op die datum in kennis van dergelijke besluiten.
De lidstaten kunnen besluiten om hun in dit lid bedoelde besluiten te herzien met het oog op de begrotingsjaren 2019 en 2020. Besluiten gebaseerd op deze herziening mogen niet leiden tot een toename van het percentage waarvan de Commissie overeenkomstig de eerste, de tweede en de derde alinea in kennis is gesteld. De betrokken lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2017 in kennis van op deze herziening gebaseerde besluiten.