Art. 11 Verordening (EU) nr. 1307/2013, Verlaging van betalingen
Verordening (EU) nr. 1307/2013
1. De lidstaten verlagen het bedrag aan rechtstreekse betalingen dat in het kader van Titel III, hoofdstuk 1, voor een bepaald kalenderjaar aan een landbouwer moet worden toegekend met minstens 5 % voor het deel van het bedrag dat 150 000 EUR overschrijdt.
2. Voordat zij lid 1 toepassen, kunnen de lidstaten de aan een landbouwactiviteit gekoppelde lonen die de landbouwer daadwerkelijk over het voorgaande kalenderjaar heeft betaald en heeft aangegeven, met inbegrip van belastingen en sociale bijdragen die verband houden met de arbeid, in mindering brengen op het bedrag van de uit hoofde van titel III, hoofdstuk 1, voor een bepaald kalenderjaar aan de landbouwer toe te kennen rechtstreekse betalingen. Indien geen informatie over de daadwerkelijk door de landbouwer betaalde en aangegeven lonen in het voorgaande kalenderjaar beschikbaar is, worden de meest recente beschikbare gegevens gebruikt.
3. Indien een lidstaat besluit een herverdelingsbetaling toe te wijzen aan landbouwers, overeenkomstig titel III, hoofdstuk 2, en daarvoor meer dan 5 % van het in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken, kan deze besluiten dit artikel niet toe te passen.
Indien een lidstaat besluit een herverdelingsbetaling toe te wijzen aan landbouwers, overeenkomstig titel III, hoofdstuk 2, en de toepassing van de in artikel 41, lid 4, vastgestelde maxima die lidstaat verhindert om daarvoor meer dan 5 % van het in bijlage II vermelde jaarlijkse nationale maximum te gebruiken, kan die lidstaat besluiten om dit artikel niet toe te passen.
4. Aan landbouwers van wie vast komt te staan dat zij na 18 oktober 2011 kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om zich aan de gevolgen van dit artikel te onttrekken, wordt geen voordeel toegekend bestaande uit de omzeiling van de verlaging.
5. In het geval van een rechtspersoon of een groep van natuurlijke of rechtspersonen kunnen de lidstaten de in het eerste lid van dit artikel bedoelde verlaging toepassen op het niveau van de leden van deze rechtspersonen of groepen, indien het nationale recht bepaalt dat de individuele leden rechten en verplichtingen hebben die vergelijkbaar zijn met die van individuele landbouwers die de status van bedrijfshoofd hebben, met name wat hun economische, sociale en belastingsstatus betreft, mits zij hebben bijgedragen tot de versterking van de landbouwstructuren van de betrokken rechtspersonen of groepen.
6. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 1 augustus 2014 in kennis van de overeenkomstig dit artikel genomen besluiten, alsook van de geraamde opbrengst van de verlagingen voor de jaren 2015 tot en met 2019.