Art. 97, Het opleggen van de administratieve sanctie
1. De in artikel 91 bedoelde administratieve sanctie wordt opgelegd wanneer voorschriften betreffende de randvoorwaarden op enig moment in een bepaald kalenderjaar ("betrokken kalenderjaar") niet worden nageleefd en de niet-naleving in kwestie rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de begunstigde die de steunaanvraag of de betalingsaanvraag in het betrokken kalenderjaar heeft ingediend.
De eerste alinea is van overeenkomstige toepassing op begunstigden ten aanzien van wie wordt geconstateerd dat zij niet aan de voorschriften betreffende de randvoorwaarden hebben voldaan op enig moment gedurende de drie jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de eerste betaling in het kader van de steunprogramma's voor herstructurering en omschakeling is toegekend of op enig moment gedurende één jaar vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het kalenderjaar waarin de betaling in het kader van de steunprogramma's voor groen oogsten is toegekend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1308/2013 ("de betrokken jaren").
2. Ingeval de grond in het betrokken kalenderjaar of in de betrokken jaren wordt overgedragen, is lid 1 ook van toepassing wanneer de betrokken niet-naleving het gevolg is van een handelen of nalaten dat rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de persoon aan wie of door wie de landbouwgrond is overgedragen. In afwijking van de eerste zin, indien de persoon aan wie het handelen of nalaten rechtstreeks kan worden toegeschreven, een steunaanvraag of een betalingsaanvraag in het betrokken kalenderjaar of in de betrokken jaren heeft ingediend, wordt in afwijking hiervan de administratieve sanctie opgelegd op basis van de aan die persoon toegekende of toe te kennen totale bedragen van de in artikel 92 bedoelde betalingen.
Voor de toepassing van dit lid wordt onder "overdracht" verstaan enigerlei soort transactie op grond waarvan de cedent de beschikking over de landbouwgrond verliest.
3. Onverminderd lid 1, en behoudens de krachtens artikel 101 vast te stellen regels, kunnen de lidstaten besluiten om per begunstigde en per kalenderjaar geen administratieve sanctie op te leggen wanneer de sanctie niet meer dan 100 EUR bedraagt.
Indien een lidstaat besluit gebruik te maken van de in de eerste alinea geboden mogelijkheid, neemt de bevoegde autoriteit in het daaropvolgende jaar voor een steekproef van begunstigden de nodige maatregelen om na te gaan of de begunstigde de geconstateerde niet-naleving heeft gecorrigeerd. De constatering van de niet-naleving en de verplichting corrigerende actie te ondernemen, worden aan de begunstigde gemeld.
4. Het opleggen van een administratieve sanctie laat de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen waarop de verlaging of uitsluiting van toepassing is, onverlet.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- ABRvS 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:272
- CBb 30 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:531
- CBb 23 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:152
- CBb 27 november 2018, ECLI:NL:CBB:2018:632
- ABRvS 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:243
- CBb 9 september 2025, ECLI:NL:CBB:2025:450
- CBb 26 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:856
- CBb 9 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:251
- CBb 14 januari 2020, ECLI:NL:CBB:2020:36
- CBb 26 april 2017, ECLI:NL:CBB:2017:147