Art. 101 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Bevoegdheden van de Commissie inzake toepassing en berekening van de administratieve sancties
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. Om ervoor te zorgen dat de middelen op correcte wijze onder de gerechtigde begunstigden worden verdeeld en dat de randvoorwaarden op een efficiënte, coherente en niet-discriminerende wijze worden toegepast, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:
a) de vaststelling van een geharmoniseerde grondslag voor de in artikel 99 bedoelde berekening van de administratieve sancties in het kader van de randvoorwaarden, met inachtneming van de verlagingen in het kader van de financiële discipline;
b) de voorwaarden voor de berekening en toepassing van de administratieve sancties in het kader van de randvoorwaarden, ook indien de niet-naleving rechtstreeks kan worden toegeschreven aan de begunstigde.
2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin nadere procedures en technische voorschriften worden vastgesteld voor de berekening en toepassing van de in de artikelen 97, 98 en 99 bedoelde administratieve sancties, met inbegrip van sancties ten aanzien van begunstigden die uit hoofde van de artikelen 28 en 29 van Verordening (EU) nr. 1305/2013 uit een groep personen bestaan.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.