Art. 93, Voorschriften betreffende de randvoorwaarden

1. De voorschriften betreffende de randvoorwaarden bevatten de uit het recht van de Unie voortvloeiende beheerseisen en de op nationaal niveau vastgestelde normen voor een goede landbouw- en milieuconditie van grond die zijn vermeld in bijlage II en betrekking hebben op:

a) het milieu, klimaatverandering en een goede landbouwconditie van grond;

b) de volksgezondheid, de diergezondheid en de gezondheid van planten;

c) het dierenwelzijn.

2. De in bijlage II bedoelde rechtshandelingen die betrekking hebben op de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, gelden in de versie waarin zij van kracht zijn en, in het geval van richtlijnen, zoals deze zijn omgezet door de lidstaten.

3. Voorts omvatten de voorschriften betreffende de randvoorwaarden, wat de jaren 2015 en 2016 betreft, ook de instandhouding van blijvend grasland. De lidstaten die op 1 januari 2004 lid van de Unie waren, zien erop toe dat grond die op de voor de aanvragen van areaalsteun voor 2003 vastgestelde datum blijvend grasland was, binnen omschreven grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden. De lidstaten die in 2004 lid van de Unie zijn geworden, zien erop toe dat grond die op 1 mei 2004 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden. Bulgarije en Roemenië zien erop toe dat grond die op 1 januari 2007 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden. Kroatië zorgt ervoor dat grond die op 1 juli 2013 blijvend grasland was, binnen bepaalde grenzen als blijvend grasland in stand wordt gehouden.

De eerste alinea is niet van toepassing op te bebossen blijvend grasland, indien een dergelijke bebossing verenigbaar is met het milieu en het niet gaat om de aanplant van kerstbomen en snelgroeiende soorten met korte omlooptijd.

4. Om rekening te houden met lid 3, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de instandhouding van blijvend grasland, met name om ervoor te zorgen dat maatregelen worden genomen om blijvend grasland op het niveau van de landbouwers in stand te houden, inclusief individuele verplichtingen die moeten worden nagekomen, zoals de verplichting om arealen weer in blijvend grasland om te zetten wanneer blijkt dat het aandeel blijvend grasland afneemt.

Met het oog op de correcte toepassing van de verplichtingen van de lidstaten en van de individuele landbouwers aangaande instandhouding van blijvend grasland is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de voorwaarden voor en de wijze van vaststelling van de aan te houden verhouding tussen blijvend grasland en landbouwgrond.

5. Voor de toepassing van de leden 3 en 4 wordt onder "blijvend grasland" verstaan blijvend grasland als omschreven in artikel 2, onder c), van de oorspronkelijke versie van Verordening (EG) nr. 1120/2009 van de Commissie.

Uitspraken die dit artikel aanhalen