Art. 90 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Controles in verband met oorsprongsbenamingen, geografische aanduidingen en beschermde traditionele aanduidingen
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. De lidstaten zetten de nodige stappen om een einde te maken aan het in Verordening (EU) nr. 1308/2013 bedoelde onrechtmatige gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en beschermde traditionele aanduidingen.
2. De lidstaten wijzen de bevoegde autoriteit aan die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de controles overeenkomstig de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad (39) vastgestelde criteria met betrekking tot de verplichtingen die in deel 2, titel II, hoofdstuk I, afdeling II, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn vastgesteld, en zien erop toe dat elke marktdeelnemer die aan die verplichtingen voldoet, het recht heeft onder een controlesysteem te vallen.
3. In de Unie wordt de jaarlijkse verificatie inzake de naleving van het productdossier tijdens de productie en tijdens of na de verpakking van de wijn verricht door de in lid 2 bedoelde bevoegde autoriteit of door één of meer controleorganen in de zin van artikel 2, tweede alinea, punt 5, van Verordening (EG) nr. 882/2004, die optreden als certificerende instantie voor het product overeenkomstig de in artikel 5 van die verordening vastgestelde criteria.
4. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot het volgende:
a) de door de lidstaten te verrichten kennisgevingen aan de Commissie;
b) voorschriften voor de instantie die verantwoordelijk is voor de verificatie inzake de naleving van het productdossier, ook indien het geografische gebied in een derde land is gelegen;
c) de door de lidstaten te ondernemen actie om het onrechtmatige gebruik van beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en beschermde traditionele aanduidingen te voorkomen;
d) de door de lidstaten uit te voeren controles en verificaties, inclusief tests.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.