Art. 85, Specifieke diensten

1. In elke lidstaat wordt een specifieke dienst belast met de monitoring van de toepassing van dit hoofdstuk. Deze diensten zijn met name belast met:

a) de uitvoering van de in dit hoofdstuk voorgeschreven controles door functionarissen die rechtstreeks ressorteren onder deze specifieke dienst; of

b) de coördinatie van en het algemene toezicht op de controles die door functionarissen van andere diensten worden uitgevoerd.

De lidstaten kunnen ook bepalen dat de uit hoofde van dit hoofdstuk te verrichten controles gedeeltelijk door de specifieke dienst en gedeeltelijk door andere nationale diensten worden uitgevoerd, mits eerstgenoemde dienst zorg draagt voor de coördinatie ervan.

2. De met de toepassing van dit hoofdstuk belaste diensten staan organisatorisch los van diensten of afdelingen die zijn belast met de betaling van de bedragen of de daaraan voorafgaande controles.

3. Met het oog op een correcte toepassing van dit hoofdstuk neemt de in lid 1 bedoelde specifieke dienst alle nodige maatregelen en verleent de betrokken lidstaat de specifieke dienst alle nodige bevoegdheden om de in dit hoofdstuk genoemde taken te kunnen vervullen.

4. De lidstaten treffen passende maatregelen ter bestraffing van natuurlijke personen of rechtspersonen die de in het kader van dit hoofdstuk op hen rustende verplichtingen niet nakomen.

Uitspraken die dit artikel aanhalen