Art. 83 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Wederzijdse bijstand

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. De lidstaten verlenen elkaar de nodige bijstand voor de uitvoering van de in dit hoofdstuk bedoelde controles in de volgende gevallen:

a) een onderneming of een derde is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar het betrokken bedrag betaald of ontvangen is of had moeten worden;

b) een onderneming of een derde is gevestigd in een andere lidstaat dan die waar de voor de controle noodzakelijke documenten en informatie zich bevinden.

De Commissie kan gezamenlijke acties coördineren waarbij twee of meer lidstaten elkaar bijstaan.

2. In de eerste drie maanden volgend op het ELGF-begrotingsjaar van betaling verstrekken de lidstaten de Commissie een lijst van in een derde land gevestigde ondernemingen waarvoor het betrokken bedrag in die lidstaat betaald of ontvangen is of had moeten worden.

3. Indien voor een controle van een onderneming die overeenkomstig artikel 80 wordt uitgevoerd, en met name voor de in artikel 81 bedoelde kruiscontroles, nadere informatie vereist is in een andere lidstaat, kan een naar behoren met redenen omkleed verzoek om een specifieke controle worden ingediend. Een overzicht van de specifieke verzoeken van deze aard wordt op kwartaalbasis aan de Commissie toegezonden binnen één maand na afloop van elk kwartaal. De Commissie kan een kopie van individuele verzoeken vragen.

Binnen zes maanden na ontvangst van het controleverzoek wordt daaraan gevolg gegeven; de resultaten van de controle worden onverwijld aan de aanvragende lidstaat en aan de Commissie meegedeeld. De mededeling aan de Commissie wordt op kwartaalbasis verricht binnen één maand na afloop van elk kwartaal.

Vorige artikelen

Volgende artikelen