Art. 84 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Programmering

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. De lidstaten stellen controleprogramma’s op die in de volgende controleperiode uit hoofde van artikel 80 moeten worden uitgevoerd.

2. Vóór 15 april van elk jaar zenden de lidstaten de Commissie het in lid 1 bedoelde programma toe, met vermelding van:

a) het aantal ondernemingen dat zal worden gecontroleerd en hun verdeling per sector, rekening houdend met de daarmee gemoeide bedragen;

b) de criteria die zijn vastgesteld bij de opstelling van deze programma’s.

3. De lidstaten leggen de door hen opgestelde en aan de Commissie toegezonden programma's ten uitvoer indien de Commissie binnen een termijn van acht weken geen opmerkingen heeft gemaakt.

4. Lid 3 is van overeenkomstige toepassing op de wijzigingen die de lidstaten in het programma aanbrengen.

5. De Commissie kan in elk stadium verzoeken in het programma van een lidstaat een bijzondere categorie ondernemingen op te nemen.

6. Ondernemingen voor welke de som van de ontvangsten of verschuldigde bedragen lager was dan 40 000 EUR, worden alleen overeenkomstig dit hoofdstuk gecontroleerd om bijzondere redenen die de lidstaten moeten vermelden in hun in lid 1 bedoelde jaarlijkse controleprogramma of die de Commissie moet vermelden in een eventueel voorgestelde wijziging van dit programma. Teneinde rekening te houden met economische ontwikkelingen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen tot wijziging van de drempel van 40 000 EUR vast te stellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen