Art. 7 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Toekenning en intrekking van de erkenning van de betaalorganen en de coördinerende instanties

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. De betaalorganen zijn nationale diensten of instanties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en de controle van de in artikel 4, lid 1, en artikel 5 bedoelde uitgaven.

De uitvoering van deze taken, met uitzondering van de betalingen, kan worden gedelegeerd.

2. De lidstaten erkennen als betaalorgaan de diensten of instanties die beschikken over een administratieve organisatie en een intern controlesysteem die voldoende garanties bieden dat de betalingen wettig en regelmatig zijn en dat zij naar behoren worden geboekt. Te dien einde voldoen de betaalorganen aan de minimumvoorwaarden voor de erkenning met betrekking tot de interne omgeving, controleactiviteiten, informatie en communicatie en monitoring die de Commissie uit hoofde van artikel 8, lid 1, onder a), vaststelt.

Elke lidstaat beperkt, met inachtneming van zijn grondwettelijke bepalingen, het aantal van zijn erkende betaalorganen tot ten hoogste één op nationaal niveau of, indien van toepassing, één per regio. Wanneer betaalorganen op regionaal niveau worden opgezet, erkent een lidstaat daarnaast echter een betaalorgaan op nationaal niveau voor steunregelingen die vanwege de aard ervan op nationaal niveau moeten worden beheerd of belast hij de regionale betaalorganen met het beheer van deze regelingen.

In afwijking van de tweede alinea mogen de lidstaten het aantal betaalorganen die zijn erkend voorafgaand aan de inwerkingtreding van 20 december 2013, handhaven.

Uiterlijk eind 2016 legt de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over het functioneren van het systeem van betaalorganen in de Unie, dat in voorkomend geval vergezeld gaat van wetgevingsvoorstellen.

3. De voor het erkende betaalorgaan verantwoordelijke persoon stelt uiterlijk op 15 februari van het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar het volgende op:

a) de jaarrekeningen voor de uitgaven die gedaan zijn bij de uitvoering van de aan de erkende betaalorganen toevertrouwde taken, vergezeld van de informatie die vereist is voor de goedkeuring ervan overeenkomstig artikel 51;

b) een op objectieve criteria gebaseerde beheersverklaring betreffende de volledigheid, nauwkeurigheid en waarachtigheid van de rekeningen en het goed functioneren van de interne controlesystemen, alsmede betreffende de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;

c) een jaarlijkse samenvatting van de definitieve auditverslagen en van de verrichte controles, met een analyse van de aard en de omvang van de vastgestelde fouten en tekortkomingen in de systemen, en een overzicht van te nemen of geplande corrigerende maatregelen.

De termijn van 15 februari kan bij uitzondering en na kennisgeving door de betrokken lidstaat door de Commissie worden verlengd tot uiterlijk 1 maart.

4. Wanneer meer dan één betaalorgaan wordt erkend, wijst de lidstaat een overheidsinstantie aan (de "coördinerende instantie"), die hij met de volgende taken belast:

a) verzameling van de ter beschikking van de Commissie te stellen informatie en toezending van deze informatie aan de Commissie;

b) maatregelen nemen of, naargelang het geval, coördineren om tekortkomingen van gemeenschappelijke aard te verhelpen, en de Commissie op de hoogte houden van iedere ontwikkeling;

c) bevorderen van en, waar mogelijk, zorgen voor een geharmoniseerde toepassing van de regelgeving van de Unie.

De coördinerende instantie wordt onderworpen aan een specifieke door de lidstaat uit te voeren erkenning wat betreft de verwerking van de in de eerste alinea, onder a), bedoelde financiële informatie.

5. Wanneer een erkend betaalorgaan niet of niet meer aan een of meer van de in lid 2 bedoelde erkenningscriteria voldoet, trekt de lidstaat, op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, de erkenning ervan in, tenzij het betaalorgaan binnen een naargelang van de ernst van het probleem vast te stellen termijn de nodige aanpassingen verricht.

6. De betaalorganen zorgen voor het beheer en de controle van de verrichtingen in verband met de openbare interventie waarvoor zij verantwoordelijk zijn, en blijven eindverantwoordelijk op dit gebied.

Vorige artikelen

Volgende artikelen