Art. 8 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Bevoegdheden van de Commissie

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. Om het goed functioneren van het bij artikel 7 vastgestelde systeem te waarborgen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 111 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake:

a) de in respectievelijk artikel 7, lid 2, en artikel 7, lid 4, bedoelde minimumvoorwaarden voor de erkenning van betaalorganen en voor de coördinerende instanties;

b) de verplichtingen van de betaalorganen wat betreft openbare interventie, alsmede voorschriften inzake de inhoud van hun verantwoordelijkheden op het gebied van beheer en controle.

2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voorschriften worden vastgelegd voor:

a) de procedures voor toekenning en intrekking van en controle op de erkenning van betaalorganen en coördinerende instanties en de procedures voor het toezicht op de erkenning van betaalorganen;

b) de werkzaamheden en de controles die ten grondslag liggen aan de beheersverklaring van de betaalorganen;

c) de werking van de coördinerende instantie en de kennisgeving van de in artikel 7, lid 4, bedoelde informatie aan de Commissie.

Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Vorige artikelen

Volgende artikelen