Art. 9 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Certificerende instanties
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. De certificerende instantie is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke auditorganisatie die door de lidstaat wordt aangewezen. Indien de instantie een privaatrechtelijke auditorganisatie is, wordt deze door de lidstaat geselecteerd via een openbare aanbesteding indien het toepasselijke Unie- of nationale recht dit voorschrijft. De certificerende instantie geeft een op internationaal aanvaarde auditnormen gebaseerd oordeel over de volledigheid, nauwkeurigheid en waarachtigheid van de jaarrekeningen van het betaalorgaan, over het goede functioneren van het internecontrolesysteem van dat betaalorgaan en over de wettigheid en regelmatigheid van de uitgaven waarvoor bij de Commissie om terugbetaling is verzocht. Dat oordeel vermeldt tevens of door het onderzoek twijfel is gerezen over de beweringen in de beheersverklaring.
De certificerende instantie beschikt over de nodige technische expertise. Zij is operationeel onafhankelijk van zowel het betrokken betaalorgaan en de betrokken coördinerende instantie als de autoriteit die dit orgaan heeft erkend.
2. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voorschriften worden vastgelegd voor de taken van de certificerende instanties, waaronder de controles, en voor de door deze instanties op te stellen certificaten en rapporten, samen met de begeleidende documenten. Gelet op de behoefte aan maximale efficiëntie voor het toetsen van verrichtingen en voor het professionele auditoordeel, in het kader van een geïntegreerde aanpak, wordt in de uitvoeringshandelingen ook het volgende vastgesteld:
a) de auditbeginselen waarop de adviezen van de certificerende instantie gebaseerd zijn, waaronder de beoordeling van de risico's, interne controles en de vereiste hoeveelheid auditinformatie;
b) de auditmethodes, rekening houdend met de internationale auditnormen, die door de certificerende instanties moeten worden gebruikt bij het verstrekken van hun adviezen, waaronder, in voorkomend geval, het gebruik van één geïntegreerde steekproef voor iedere populatie en, de mogelijkheid aanwezig te zijn bij de controles ter plaatse van de betaalorganen.
Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.