Art. 41 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Verlaging en schorsing van de maandelijkse en de tussentijdse betalingen

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. Indien de Commissie uit de uitgavendeclaraties of de informatie als bedoeld in artikel 102 kan opmaken dat uitgaven zijn gedaan door andere instanties dan erkende betaalorganen, dat bij het recht van de Unie vastgestelde betalingstermijnen of financiële maxima niet zijn nageleefd of dat uitgaven anderszins niet overeenkomstig de regelgeving van de Unie zijn gedaan, kan zij de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan de betrokken lidstaat verlagen of schorsen in het kader de uitvoeringshandelingen aangaande de maandelijkse betalingen als bedoeld in artikel 18, lid 3, of in het kader van de tussentijdse betalingen als bedoeld in artikel 36, nadat de lidstaat in de gelegenheid te zijn gesteld zijn opmerkingen kenbaar te maken.

Indien de Commissie uit de uitgavendeclaraties of de informatie als bedoeld in artikel 102 niet kan opmaken dat de uitgaven overeenkomstig de regelgeving van de Unie zijn gedaan, verzoekt zij de betrokken lidstaat aanvullende informatie te verstrekken en zijn opmerkingen kenbaar te maken binnen een termijn van ten minste dertig dagen. Indien de lidstaat het verzoek van de Commissie niet binnen de vastgestelde termijn beantwoordt of indien het antwoord ontoereikend wordt geacht of daaruit blijkt dat de uitgaven niet overeenkomstig de Unieregelgeving zijn gedaan, kan de Commissie de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan de betrokken lidstaat verlagen of schorsen in het kader van uitvoeringshandelingen aangaande de maandelijkse betalingen als bedoeld in artikel 18, lid 3, of in het kader van de in artikel 36 bedoelde tussentijdse betalingen.

2. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de maandelijkse of de tussentijdse betalingen aan een lidstaat worden verlaagd of geschorst indien een of meer essentiële onderdelen van het betrokken nationale controlesysteem niet bestaan of als gevolg van de ernstige of aanhoudende aard van de geconstateerde tekortkomingen niet doeltreffend zijn, of indien er soortgelijke ernstige tekortkomingen zijn in het systeem voor de terugvordering van onregelmatige betalingen en aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de in de eerste alinea bedoelde tekortkomingen zijn van aanhoudende aard en hebben aanleiding gegeven tot ten minste twee uitvoeringshandelingen uit hoofde van artikel 52, waarbij is besloten om uitgaven van de betrokken lidstaat aan financiering van de Unie te onttrekken; of

b) de Commissie komt tot de slotsom dat de betrokken lidstaat niet in staat is om in de nabije toekomst de nodige herstelmaatregelen uit te voeren in overeenstemming met een actieplan met duidelijke voortgangsindicatoren dat moet worden vastgesteld in overleg met de Commissie.

De verlaging of schorsing is van toepassing op de desbetreffende verrichte uitgaven van het betaalorgaan waar de tekortkomingen bestaan, en wel gedurende een periode die wordt bepaald in de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen en die niet meer dan twaalf maanden bedraagt. Indien nog steeds aan de voorwaarden voor verlaging of schorsing wordt voldaan, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarin die termijn verder wordt verlengd met maximaal twaalf maanden. De verlaging en schorsing wordt niet gehandhaafd wanneer niet meer aan deze voorwaarden wordt voldaan.

De uitvoeringshandelingen waarin dit lid voorziet, worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 2, bedoelde raadpleginsprocedure.

Voordat de in de eerste alinea bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld, stelt de Commissie de betrokken lidstaat van haar voornemen in kennis en verzoekt zij hem te reageren binnen een termijn van ten minste dertig dagen.

In de uitvoeringshandelingen aangaande de maandelijkse betalingen als bedoeld de in artikel 18, lid 3, of aangaande de in artikel 36 bedoelde tussentijdse betalingen wordt rekening gehouden met de uitvoeringshandelingen die krachtens dit lid zijn vastgesteld.

3. Verlagingen en schorsingen krachtens dit artikel worden toegepast in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel en laten de toepassing van de artikelen 51 en 52 onverlet.

4. Verlagingen en schorsingen krachtens dit artikel laten de artikelen 19, 22 en 23 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 onverlet.

Voor de toepassing van de in de artikelen 19 en 22 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde schorsingen wordt de procedure van lid 2 van het onderhavige artikel gevolgd.

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen