Art. 38 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Ambtshalve doorhalen van vastleggingen voor plattelandsontwikkelingsprogramma's

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. Het gedeelte van een vastlegging voor een programma voor plattelandsontwikkeling dat uiterlijk op 31 december van het derde jaar na het jaar van de vastlegging niet is gebruikt voor de voorfinanciering of voor tussentijdse betalingen of waarvoor uiterlijk op deze datum geen uitgavendeclaratie bij haar is ingediend die voldoet aan de in artikel 36, lid 3, gestelde eisen, wordt door de Commissie ambtshalve doorgehaald.

2. Het gedeelte van de vastleggingen dat nog openstond op de einddatum voor de subsidiabiliteit van de uitgaven als bedoeld in artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1303/2013, en waarvoor binnen zes maanden na deze datum geen uitgavendeclaratie is ingediend, wordt ambtshalve doorgehaald.

3. In geval van een gerechtelijke procedure of van een administratief beroep met schorsende werking wordt de in lid 1 of lid 2 bedoelde termijn waarna vastleggingen ambtshalve worden doorgehaald, gedurende die procedure of dat administratief beroep geschorst voor het bedrag van de betrokken concrete acties, mits de Commissie uiterlijk op 31 december van jaar N + 3 een met redenen omklede melding ontvangt van de lidstaat.

4. Bij de berekening van de ambtshalve door te halen bedragen worden niet meegerekend:

a) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor uiterlijk op 31 december van jaar N + 3 al wel een uitgavendeclaratie is ingediend, maar waarvan de Commissie de vergoeding heeft verlaagd of geschorst;

b) het gedeelte van de vastleggingen waarvoor het betaalorgaan door overmacht geen betaling heeft kunnen verrichten, in het geval dat deze situatie ernstige repercussies heeft voor de tenuitvoerlegging van het programma voor plattelandsontwikkeling. De nationale autoriteiten die zich op overmacht beroepen, moeten de rechtstreekse gevolgen van de overmachtsituatie voor de tenuitvoerlegging van het programma als geheel of van een deel daarvan aantonen.

De lidstaat zendt de Commissie uiterlijk op 31 januari informatie toe over de in de eerste alinea genoemde uitzonderingen met betrekking tot het bedrag dat uiterlijk aan het eind van het voorgaande jaar gedeclareerd had moeten zijn.

5. De Commissie brengt de lidstaat tijdig op de hoogte wanneer er gevaar voor ambtshalve doorhalen bestaat. Zij stelt hem in kennis van het bedrag dat volgens haar informatie ambtshalve moet worden doorgehaald. De lidstaat beschikt over een termijn van twee maanden te rekenen vanaf de ontvangst van deze kennisgeving om akkoord te gaan met het betrokken bedrag of zijn opmerkingen kenbaar te maken. De Commissie gaat over tot het ambtshalve doorhalen uiterlijk negen maanden na de laatste uiterste data die voortvloeien uit de toepassing van de leden 1, 2 en 3.

6. Ingeval een bedrag ambtshalve wordt doorgehaald, wordt de bijdrage uit het ELFPO voor het desbetreffende programma voor plattelandsontwikkeling voor het betrokken jaar met dit bedrag verlaagd. De lidstaat legt een herzien financieringsplan waarin de verlaging van de steun over de maatregelen is verdeeld, ter goedkeuring over aan de Commissie. Bij ontstentenis daarvan verlaagt de Commissie de voor de onderscheiden maatregelen toegewezen bedragen verhoudingsgewijs.

Vorige artikelen

Volgende artikelen