Art. 36 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Tussentijdse betalingen
Verordening (EU) nr. 1306/2013
1. Tussentijdse betalingen worden verricht op het niveau van elk programma voor plattelandsontwikkeling. Ze worden berekend door het medefinancieringspercentage voor elke maatregel toe te passen op de met betrekking tot deze maatregel verrichte overheidsuitgaven, als bedoeld in artikel 59 van Verordening (EU) nr. 1305/2013.
2. Afhankelijk van de beschikbaarheid van middelen verricht de Commissie, rekeninghoudend met de verlagingen of schorsingen ingevolge artikel 41, tussentijdse betalingen ter vergoeding van de uitgaven die de erkende betaalorganen hebben gedaan voor de tenuitvoerlegging van de programma's.
3. Elke tussentijdse betaling wordt door de Commissie afhankelijk gesteld van de naleving van de volgende voorwaarden:
a) een door het erkende betaalorgaan ondertekende uitgavendeclaratie is overeenkomstig artikel 102, lid 1, onder c), bij de Commissie ingediend;
b) er heeft geen overschrijding plaatsgevonden van de totale bijdrage uit het ELFPO die voor elk van de maatregelen voor de gehele looptijd van het betrokken programma is toegekend;
c) het jongste jaarverslag over de voortgang van het programma voor plattelandsontwikkeling is ingediend bij de Commissie.
4. Indien niet is voldaan aan een van de in lid 3 genoemde voorwaarden, deelt de Commissie dit onmiddellijk mee aan het erkende betaalorgaan of, in het geval dat een coördinerende instantie is aangewezen, aan deze instantie. Indien een van de in lid 3, onder a) of onder c), gestelde eisen niet in acht is genomen, is de uitgavendeclaratie niet ontvankelijk.
5. De Commissie verricht een tussentijdse betaling binnen 45 dagen te rekenen vanaf de registratie van een uitgavendeclaratie die voldoet aan de in lid 3 genoemde eisen, onverminderd de toepassing van de artikelen 51 en 52.
6. De erkende betaalorganen stellen de tussentijdse uitgavendeclaraties voor de programma's voor plattelandsontwikkeling op en doen deze via de coördinerende instantie dan wel rechtstreeks, als deze instantie niet is aangewezen, aan de Commissie toekomen binnen de door de Commissie vastgestelde termijnen
De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast, waarin de perioden worden bepaald waarbinnen erkende betaalorganen deze tussentijdse uitgavendeclaraties moeten toesturen. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 116, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.
Deze uitgavendeclaraties hebben betrekking op de uitgaven die de betaalorganen in elk van de betrokken tijdvakken hebben gedaan. Indien de in artikel 65, lid 9, van Verordening (EU) nr. 1303/2013 bedoelde uitgaven niet in het betrokken tijdvak bij de Commissie kunnen worden gedeclareerd omdat de programmawijziging nog op goedkeuring van de Commissie wacht, mogen ze echter in een daaropvolgend tijdvak worden gedeclareerd.
De tussentijdse uitgavendeclaraties voor de op of na 16 oktober gedane uitgaven worden ten laste van de begroting van het volgende jaar gebracht.
7. Artikel 83 van Verordening (EU) nr. 1303/2013 is van toepassing.