Art. 106 Verordening (EU) nr. 1306/2013, Wisselkoersen en ontstaansfeiten

Verordening (EU) nr. 1306/2013

1. De in artikel 105, lid 2, bedoelde prijzen en bedragen worden in de niet-eurolidstaten aan de hand van een wisselkoers omgerekend in de nationale munteenheid.

2. Het ontstaansfeit voor de wisselkoers is:

a) voor in het handelsverkeer met derde landen geheven of toegekende bedragen: het vervullen van de douaneformaliteiten bij invoer of uitvoer;

b) in alle overige gevallen: de handeling waardoor het economisch doel van de transactie wordt bereikt.

3. Indien een rechtstreekse betaling als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1307/2013 aan een begunstigde wordt gedaan in een andere munteenheid dan de euro, rekenen de lidstaten het bedrag van de in euro uitgedrukte steun om in de nationale munteenheid aan de hand van de meest recente wisselkoers die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld vóór 1 oktober van het jaar waarvoor de steun wordt toegekend.

In afwijking van de eerste alinea kunnen de lidstaten in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten de omrekening te baseren op het gemiddelde van de wisselkoersen die de Europese Centrale Bank heeft vastgesteld tijdens de maand vóór 1 oktober van het jaar waarvoor de steun wordt toegekend. Lidstaten die voor deze oplossing kiezen bepalen en publiceren het bedoelde gemiddelde vóór 1 december van dat jaar.

4. Wat het ELGF betreft, hanteren de niet-eurolidstaten voor de opstelling van hun uitgavendeclaraties dezelfde wisselkoers als die welke zij overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk bij de betalingen aan de begunstigden en de inning van ontvangsten hebben gebruikt.

5. Met het oog op een nadere bepaling van het in lid 2 bedoelde ontstaansfeit of de vaststelling ervan om redenen die eigen zijn aan de betrokken marktordening of aan het betrokken bedrag, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake deze ontstaansfeiten en de te hanteren wisselkoers. Het specifieke ontstaansfeit wordt bepaald op basis van de volgende criteria:

a) de noodzaak wijzigingen in de wisselkoers zo snel mogelijk daadwerkelijk te kunnen toepassen;

b) de onderlinge overeenkomst tussen ontstaansfeiten voor analoge transacties in het kader van de marktordening;

c) de samenhang tussen de ontstaansfeiten voor de verschillende prijzen en bedragen die de marktordening betreffen;

d) de uitvoerbaarheid en doeltreffendheid van controles op de toepassing van adequate wisselkoersen.

6. Om te voorkomen dat de lidstaten die de euro niet hebben ingevoerd, verschillende wisselkoersen hanteren enerzijds bij de boeking in een andere munteenheid dan de euro van de geïnde ontvangsten of de aan de begunstigden betaalde steun, en anderzijds bij de vaststelling van de uitgavendeclaraties van de betaalorganen, is de Commissie bevoegd om overeenkomstig artikel 115 gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake de wisselkoers die moet worden gehanteerd voor de opstelling van uitgavendeclaraties en wanneer verrichtingen in verband met openbare opslag in de rekeningen van de betaalorganen worden geregistreerd.

Vorige artikelen

Volgende artikelen