Art. 382 Verordening (EU) nr. 575/2013, Werkingssfeer

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling berekent de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico overeenkomstig deze titel voor alle otc-derivaten met betrekking tot al haar bedrijfsactiviteiten, met uitzondering van kredietderivaten waarvan erkend wordt dat zij risicogewogen posten voor het kredietrisico verlagen.

2. Een instelling neemt effectenfinancieringstransacties mee in de berekening van het krachtens lid 1 vereiste eigen vermogen indien de bevoegde autoriteiten constateren dat de uit die transacties voortvloeiende blootstellingen van de instelling aan het CVA-risico wezenlijk zijn.

3. Transacties met een gekwalificeerde centrale tegenpartij en transacties van een cliënt met een clearinglid worden, indien het clearinglid als tussenpersoon tussen de cliënt en een gekwalificeerde centrale tegenpartij optreedt en de transacties aanleiding geven tot een transactieblootstelling van het clearinglid ten aanzien van de gekwalificeerde centrale tegenpartij, uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico.

4. De volgende transacties worden uitgesloten van de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico:

a) transacties met niet-financiële tegenpartijen als gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EU) nr. 648/2012 of met in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen, indien die transacties de in artikel 10, leden 3 en 4, van die verordening bepaalde clearingdrempel niet overschrijden;

b) intragroeptransacties als bepaald in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 648/2012, tenzij de lidstaten nationale wetgeving vaststellen op grond waarvan activiteiten binnen een bankgroep structureel moeten worden gescheiden, in welk geval de bevoegde autoriteiten kunnen eisen dat die intragroeptransacties tussen de structureel gescheiden instellingen worden opgenomen in de eigenvermogensvereisten;

c) transacties met tegenpartijen als bedoeld in artikel 2, punt 10, van Verordening (EU) nr. 648/2012 die onder de overgangsbepalingen van artikel 89, lid 1, van die verordening vallen, zolang die overgangsbepalingen gelden;

d) transacties met tegenpartijen als bedoeld in artikel 1, lid 4, punten a) en b), en artikel 1, lid 5, punten a), b) en met c), van Verordening (EU) nr. 648/2012 en transacties met tegenpartijen waarvoor bij artikel 115 van deze verordening een risicogewicht wordt vastgesteld van 0 % voor blootstellingen met betrekking tot die tegenpartijen.

De ontheffing van de CVA-vereiste voor de in dit lid, punt c), bedoelde transacties die worden afgesloten tijdens de bij artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde overgangsperiode, geldt voor de hele duur van het contract voor die transactie.

5. De EBA beoordeelt uiterlijk op 1 januari 2015 en vervolgens om de twee jaar in het licht van ontwikkelingen in de internationale regelgeving onder andere potentiële methoden voor kalibratie en drempels voor de toepassing van CVA-vereisten op in derde landen gevestigde niet-financiële tegenpartijen.

De EBA ontwikkelt binnen zes maanden na de datum van de beoordeling in samenwerking met de ESMA ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de procedures om transacties met buiten de Unie in een derde land gevestigde niet-financiële tegenpartijen te ontheffen van het eigenvermogensvereiste voor het CVA- risico.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen binnen zes maanden na de datum van de in de eerste alinea bedoelde beoordeling voor.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de tweede alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010;

Vorige artikelen

Volgende artikelen