Art. 377 Verordening (EU) nr. 575/2013, Vereisten inzake een intern model voor correlatiehandel

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. De bevoegde autoriteiten verlenen toestemming om, in plaats van het eigenvermogensvereiste overeenkomstig artikel 338, een intern model voor het eigenvermogensvereiste voor de correlatiehandelsportefeuille te gebruiken aan instellingen die toestemming hebben gekregen om een intern model voor het specifiek risico van schuldinstrumenten te gebruiken en die voldoen aan de vereisten in de leden 2 tot en met 6 van het onderhavige artikel, in artikel 367, leden 1 en 3, artikel 368, artikel 369, lid 1, en in artikel 370, punten a), b), c), e) en f).

2. Dit interne model wordt door de instellingen gebruikt om een cijfer te berekenen dat op afdoende wijze alle prijsrisico's meet met een betrouwbaarheidsinterval van 99,9 % over een tijdhorizon van één jaar, uitgaande van een constant risiconiveau, en in voorkomend geval aangepast om de impact van liquiditeit, concentraties, afdekking en optionaliteit te weerspiegelen. Dit cijfer wordt door de instellingen ten minste eenmaal per week berekend.

3. De volgende risico's worden in het in lid 1 bedoelde model op afdoende wijze weergegeven:

a) het cumulatieve risico dat voortvloeit uit meervoudige wanbetalingen, inclusief de verschillende indeling van wanbetalingen, bij in tranches verdeelde producten;

b) creditspreadrisico, inclusief het gamma- en cross-gamma-effect;

c) volatiliteit van de impliciete correlaties, evenals het crosseffect tussen spreads en correlaties;

d) basisrisico, inclusief:

i) de basis tussen de spread van een index en de spreads van de samenstellende referentie-entiteiten;

ii) en de basis tussen de impliciete correlatie van een index en de impliciete correlatie van op maat gemaakte portefeuilles;

e) de volatiliteit van het herstelpercentage, voor zover die verband houdt met de neiging van het herstelpercentage om trancheprijzen te beïnvloeden;

f) voor zover in de maatstaf voor het algehele risico de uit dynamische afdekking voortvloeiende baten zijn verwerkt, het risico op hedge-slippage en de potentiële kosten van het rebalancen van zulke afdekkingen;

g) alle andere wezenlijke prijsrisico's van de posities in de correlatiehandelsportefeuille.

4. Een instelling gebruikt in het in lid 1 bedoelde model voldoende marktgegevens om ervoor te zorgen dat zij de voornaamste risico’s van die blootstellingen volledig in haar interne benadering weergeeft overeenkomstig de in dit artikel beschreven vereisten. Zij is in staat ten genoegen van de bevoegde autoriteit met back-testing of andere passende middelen aan te tonen dat haar model de historische prijsschommeling van die producten naar behoren kan verklaren.

De instelling beschikt tevens over passende beleidslijnen en procedures om de posities waarvoor zij toestemming heeft om ze in het eigenvermogensvereiste te verwerken overeenkomstig dit artikel te scheiden van de posities waarvoor zij die toestemming niet heeft.

5. Met betrekking tot de portefeuille van alle posities die in het in lid 1 bedoelde model zijn verwerkt, past de instelling regelmatig een reeks specifieke, vooraf bepaalde stressscenario's toe. Deze stressscenario's onderzoeken de impact van stress op wanbetalingsgraden, herstelpercentages, creditspreads, basisrisico, correlaties en andere relevante risicofactoren op de correlatiehandelsportefeuille. De instelling voert ten minste eenmaal per week stressscenario's uit en brengt de resultaten, inclusief vergelijkingen met het eigenvermogensvereiste van de instelling overeenkomstig dit artikel ten minste eenmaal per kwartaal ter kennis van de bevoegde autoriteiten. Alle gevallen waarin de resultaten van de stresstest wezenlijk hoger liggen dan het eigenvermogensvereiste voor de correlatiehandelsportefeuille, worden tijdig aan de bevoegde autoriteiten gerapporteerd. De EBA vaardigt richtsnoeren uit betreffende de toepassing van stressscenario's voor de correlatiehandelsportefeuille.

6. Het interne model levert een conservatieve beoordeling op van het risico dat volgens realistische marktscenario’s voortvloeit uit minder liquide posities en posities met beperkte prijstransparantie. Voorts voldoet het interne model aan minimale gegevensnormen. Vervangende gegevens zijn voldoende conservatief en mogen alleen worden gebruikt als de beschikbare gegevens ontoereikend zijn of niet de ware volatiliteit van een positie of portefeuille weerspiegelen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen