Art. 384 Verordening (EU) nr. 575/2013, Standaardmethode

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Een instelling die de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico voor haar tegenpartijen niet berekent overeenkomstig artikel 383, berekent voor een portefeuille de eigenvermogensvereisten voor het CVA-risico voor iedere tegenpartij volgens onderstaande formule, rekening houdend met CVA-afdekkingsinstrumenten die in aanmerking komen overeenkomstig artikel 386:

waarbij:

h

=

de risicohorizon over één jaar (in eenheden van een jaar); h = 1;

wi

=

het op tegenpartij "i" toepasselijke gewicht.

De tegenpartij "i" wordt op basis van een externe kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI gemapt naar een van de zes gewichten wi, als vermeld in tabel 1. Voor een tegenpartij waarvoor geen kredietbeoordeling door een aangewezen EKBI beschikbaar is, wordt als volgt te werk gegaan:

a) een instelling die gebruik maakt van de benadering in titel II, hoofdstuk 3, mapt de interne rating van de tegenpartij naar één van de externe kredietbeoordeling;

b) een instelling die gebruik maakt van de benadering in titel II, hoofdstuk 2, kent aan deze tegenpartij als gewichtwi=1,0 % toe. Indien een instelling echter gebruik maakt van artikel 128 voor de risicoweging van de tegenpartijkredietrisicoblootstellingen met betrekking tot die tegenpartij, wordt wi=3,0 % toegekend;

=

de totale blootstellingswaarde van het tegenpartijkredietrisico van tegenpartij "i" (de optelsom van alle samenstellen van verrekenbare transacties), met inbegrip van het effect van zekerheidstelling volgens de in titel II, hoofdstuk 6, afdelingen 3 tot en met 6, beschreven methoden als van toepassing op de berekening van de eigenvermogensvereisten voor het tegenpartijkredietrisico van die tegenpartij. Een instelling die gebruik maakt van een van de in titel II, hoofdstuk 6, afdelingen 3 en 4, vermelde methodes, kan als EADitotal de volledig aangepaste blootstellingswaarde overeenkomstig artikel 223, lid 5, gebruiken.

Voor een instelling die geen gebruik maakt van de in titel II, hoofdstuk 6, afdeling 6, beschreven methode wordt de blootstelling gedisconteerd aan de hand van de volgende factor:

Bi

=

de notionele waarde van gekochte afdekkingsinstrumenten in de vorm van single name kredietverzuimswaps (opgeteld indien het meer dan één positie betreft) die betrekking hebben op tegenpartij "i" en gebruikt worden om het CVA-risico af te dekken.

Deze notionele waarde wordt gedisconteerd aan de hand van de volgende factor:

Bind

=

de totale notionele waarde van een of meer index-kredietverzuimswaps van gekochte protectie om het CVA-risico af te dekken.

Deze notionele waarde wordt gedisconteerd aan de hand van de volgende factor:

wind

=

het op indexafdekkingen toepasselijke gewicht.

Een instelling bepaalt Wind door een gewogen gemiddelde te berekenen van wi dat van toepassing is op de afzonderlijke bestanddelen van de index;

Mi

=

de werkelijke looptijd van de transacties met tegenpartij i.

Voor een instelling die gebruik maakt van de in afdeling 6 van titel II, hoofdstuk 6, beschreven methode wordt Mi berekend overeenkomstig artikel 162, lid 2, punt g). Voor de toepassing daarvan is Mi evenwel niet op vijf jaar begrensd maar op de langste resterende looptijd van een contract in het samenstel van verrekenbare transacties.

Voor een instelling die geen gebruik maakt van de in titel II, hoofdstuk 6, afdeling 6, beschreven methode is Mi gelijk aan de gemiddelde notionele gewogen looptijd als bedoeld in artikel 162, lid 2, punt b). Voor de toepassing daarvan is Mi evenwel niet op vijf jaar begrensd maar op de langste resterende looptijd van een contract in het samenstel van verrekenbare transacties.

=

de looptijd van het afdekkingsinstrument met notionele waarde Bi (de kwantiteiten Mihedge Bi moeten worden opgeteld als die kwantiteiten verscheidene posities zijn);

Mind

=

de looptijd van het indexafdekkingsinstrument.

In het geval van meer dan één indexafdekkingspositie is Mind de notioneel gewogen looptijd.

2. Indien een tegenpartij is opgenomen in een index waarop een kredietverzuimswap is gebaseerd die wordt gebruikt om het tegenpartijkredietrisico af te dekken, kan de instelling de notionele waarde die overeenkomstig het gewicht van zijn referentie-entiteit aan die tegenpartij is toe te kennen, aftrekken van de notionele waarde van de index-kredietverzuimswap en die waarde behandelen als een single name afdekking (Bi) van de individuele tegenpartij met een looptijd op basis van de looptijd van de index.

Tabel 1

Kredietkwaliteitscategorie

Gewicht wi

1

0,7 %

2

0,8 %

3

1,0 %

4

2,0 %

5

3,0 %

6

10,0 %

Vorige artikelen

Volgende artikelen