Art. 305 Verordening (EU) nr. 575/2013, Behandeling van blootstellingen van cliënten
1. Indien een instelling een cliënt is, berekent zij de eigenvermogensvereisten voor haar CTP-gerelateerde transacties met haar clearinglid overeenkomstig de afdelingen 1 tot en met 8 van dit hoofdstuk en deel 3, titel VI, naar gelang van het geval.
2. Onverminderd de in lid 1 gespecificeerde benadering kan een instelling, indien zij een cliënt is, de eigenvermogensvereisten voor haar blootstellingen met betrekking tot CTP-gerelateerde transacties met haar clearinglid berekenen overeenkomstig artikel 306, mits beide volgende voorwaarden vervuld zijn:
a) de posities en activa van die instelling die betrekking hebben op die transacties worden, zowel op het niveau van het clearinglid als op het niveau van de CTP, onderscheiden en gescheiden van de posities en activa van zowel het clearinglid als de andere cliënten van dat clearinglid; door die scheiding vallen die posities en activa buiten het faillissement in geval van wanbetaling door of insolventie van het clearinglid of een of meer van zijn andere cliënten;
b) de wetten, voorschriften, regels en contractuele regelingen die van toepassing zijn op of bindend zijn voor die instelling of de CTP faciliteren de overboeking van de posities van de cliënt met betrekking tot die overeenkomsten en transacties en van de bijbehorende zekerheden naar een ander clearinglid binnen de toepasselijke margerisicoperiode in geval van wanbetaling of insolventie van het oorspronkelijke clearinglid. In die omstandigheden worden de posities van de cliënt en de zekerheden tegen marktwaarde overgeboekt, tenzij de cliënt om afwikkeling van de positie tegen marktwaarde verzoekt;
c) de instelling beschikt over een onafhankelijk, met redenen omkleed schriftelijk juridisch advies waarin wordt geconcludeerd dat, in geval van aanvechting voor de rechter, de bevoegde rechterlijke instanties en administratieve autoriteiten van oordeel zouden zijn dat de cliënt geen verlies zou lijden wegens de insolventie van zijn clearinglid of van een van de cliënten van zijn clearinglid, zulks op grond van de wetgeving van het rechtsgebied van de instelling, haar clearinglid en de CTP, de wetgeving betreffende de transacties en de overeenkomsten die de instelling via de CTP cleart, de wetgeving betreffende zekerheden, en de wetgeving betreffende contracten of overeenkomsten die nodig zijn voor het vervullen van de in punt b) genoemde voorwaarde;
d) de CTP is een gCTP.
3. Onverminderd de voorwaarden in lid 2 kan, indien een instelling die een cliënt is, niet tegen verlies kan worden beschermd bij gezamenlijke wanbetaling door het clearinglid en een andere cliënt van het clearinglid, maar alle andere voorwaarden van lid 2 zijn vervuld, de cliënt de eigenvermogensvereisten voor zijn blootstellingen met betrekking tot CTP-gerelateerde transacties met zijn clearinglid berekenen overeenkomstig artikel 306, mits het risicogewicht van 2 % in lid 1, punt a), van dat artikel wordt vervangen door een risicogewicht van 4 %.
4. Indien een instelling die een cliënt is, via indirecte clearingregelingen, overeenkomstig artikel 4, lid 3, van Verordening (EU) nr. 648/2012, toegang heeft tot de diensten van een CTP, kan die instelling de in lid 2 of lid 3 vervatte behandeling slechts toepassen als de voorwaarden van elk lid op elk niveau van de keten van tussenpersonen zijn vervuld.