Art. 304 Verordening (EU) nr. 575/2013, Behandeling van blootstellingen van clearingleden ten aanzien van cliënten

Verordening (EU) nr. 575/2013

1. Indien een instelling als clearinglid optreedt en in die hoedanigheid als financieel tussenpersoon tussen een cliënt en een CTP optreedt, berekent zij de eigenvermogensvereisten voor haar CTP-gerelateerde transacties met de cliënt overeenkomstig de afdelingen 1 tot en met 8 van dit hoofdstuk, en deel 3, titel VI, voor zover van toepassing.

2. Indien een instelling die als clearinglid optreedt, met een cliënt van een ander clearinglid een contractuele regeling aangaat die overeenkomstig artikel 48, leden 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 de in artikel 305, lid 2, onder b), van deze verordening bedoelde overboekbaarheid van activa en posities voor die cliënt faciliteert en waaruit een voorwaardelijke verplichting voor de instelling voortvloeit, mag die instelling op die voorwaardelijke verplichting een blootstellingswaarde van nul toepassen.

3. Een instelling die als clearinglid optreedt, kan een kortere margerisicoperiode toepassen bij het berekenen van de eigenvermogensvereisten voor haar blootstellingen ten aanzien van een cliënt overeenkomstig de internemodellenmethode. De door de instelling toegepaste margerisicoperiode is niet korter dan vijf dagen.

4. Een instelling die als clearinglid optreedt, kan haar EAD met een scalaire factor vermenigvuldigen bij de berekening van de eigenvermogensvereisten voor haar blootstellingen ten aanzien van een cliënt overeenkomstig de op de waardering tegen marktwaarde gebaseerde methode, de standaardmethode of de oorspronkelijkeblootstellingsmethode. De scalaire factoren die de instellingen kunnen toepassen zijn de volgende:

a) 0,71 voor een margerisicoperiode van vijf dagen;

b) 0,77 voor een margerisicoperiode van zes dagen;

c) 0,84 voor een margerisicoperiode van zeven dagen;

d) 0,89 voor een margerisicoperiode van acht dagen;

e) 0,95 voor een margerisicoperiode van negen dagen;

f) 1 voor een margerisicoperiode van tien dagen of meer.

5. De EBA ontwikkelt ontwerpen van technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de margerisicoperiodes die de instellingen kunnen gebruiken voor de toepassing van de leden 3 en 4.

Bij de ontwikkeling van die ontwerpen van technische reguleringsnormen past de EBA de volgende beginselen toe:

a) zij bepaalt de margerisicoperiode voor elke van de in artikel 301, lid 1, genoemde soorten overeenkomsten en transacties;

b) in de in punt a) te bepalen margerisicoperiodes wordt rekening gehouden met de afwikkelingsperiode van de in dat punt bedoelde overeenkomsten en transacties.

De EBA legt die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk op 30 juni 2014 voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid gedelegeerd om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van Verordening (EU) nr. 1093/2010.

Vorige artikelen

Volgende artikelen