Art. 39 Verordening (EU) nr. 601/2012, Bepaling van de biomassafractie en de fossiele fractie
1. Indien, onverminderd het vereiste niveau en de beschikbaarheid van passende standaardwaarden als bedoeld in artikel 31, lid 1, de biomassafractie van een specifieke brandstof of specifiek materiaal aan de hand van analyses wordt bepaald, bepaalt de exploitant die biomassafractie op basis van een relevante norm en de analytische methoden in deze norm, en past hij deze norm uitsluitend toe mits deze door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd.
2. Als de bepaling van de biomassafractie van een gemengde brandstof of gemengd materiaal door middel van analyse overeenkomstig lid 1 technisch niet haalbaar is of tot onredelijke kosten zou leiden, baseert de exploitant zijn berekening op standaardemissiefactoren en biomassawaarden voor gemengde brandstoffen en materialen en schattingsmethoden gepubliceerd door de Commissie.
Bij afwezigheid van dergelijke standaardfactoren en -waarden gaat de exploitant uit van de afwezigheid van een biomassa-aandeel of dient hij bij de bevoegde autoriteit ter goedkeuring een schattingsmethode in voor het bepalen van de biomassafractie. Voor brandstoffen of materialen die verkregen zijn via een productieproces met welomschreven en traceerbare inputstromen, mag de exploitant dergelijke schatting baseren op een massabalans van fossiele en biomassakoolstof die het proces binnenkomt en verlaat.
3. In afwijking van de leden 1 en 2 en van artikel 30 gebruikt de exploitant geen analyses voor de bepaling van de biomassafractie als er een garantie van oorsprong is vastgesteld overeenkomstig artikel 2, onder j), en artikel 15 van Richtlijn 2009/28/EG voor biogas dat is geïnjecteerd in en vervolgens is verwijderd uit een gasnetwerk.