Art. 16 Verordening (EU) nr. 601/2012, Invoering en administratie van wijzigingen

Verordening (EU) nr. 601/2012

1. Voorafgaand aan de ontvangst van de goedkeuring of informatie overeenkomstig artikel 15, lid 2, mag de exploitant of vliegtuigexploitant monitoring en rapportage uitvoeren aan de hand van het gewijzigde monitoringplan indien hij redelijkerwijs kan veronderstellen dat de voorgestelde wijzigingen niet significant zijn, of indien monitoring op basis van het oorspronkelijke monitoringplan zou resulteren in onvolledige emissiegegevens.

Bij twijfel voert de exploitant of vliegtuigexploitant alle monitoring en rapportage, en in de tussentijd de documentatie, parallel uit, met gebruik van zowel het gewijzigde als het oorspronkelijke monitoringplan.

2. Na de ontvangst van de goedkeuring of informatie overeenkomstig artikel 15, lid 2, gebruikt de exploitant of vliegtuigexploitant uitsluitend de gegevens in verband met het gewijzigde monitoringplan en voert hij alle monitoring en rapportage uitsluitend uit aan de hand van het gewijzigde monitoringplan.

3. De exploitant of vliegtuigexploitant bewaart documentatie van alle wijzigingen in het monitoringplan. In deze documentatie wordt het volgende vermeld:

a) een transparante beschrijving van de wijziging;

b) een rechtvaardiging voor de wijziging;

c) de datum van de melding van de wijziging aan de bevoegde autoriteit;

d) de datum van de bevestiging door de bevoegde autoriteit van de ontvangst van de melding overeenkomstig artikel 15, lid 1, indien beschikbaar, en de datum van goedkeuring of informatie als bedoeld in artikel 15, lid 2;

e) de begindatum van de tenuitvoerlegging van het gewijzigde monitoringplan overeenkomstig lid 2 van dit artikel.

Vorige artikelen

Volgende artikelen