Art. 15 Verordening (EU) nr. 601/2012, Goedkeuring van wijzigingen in het monitoringplan

Verordening (EU) nr. 601/2012

1. De exploitant of vliegtuigexploitant stelt de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van voorstellen tot veranderingen in het monitoringplan.

De bevoegde autoriteit kan de exploitant of vliegtuigexploitant echter toestemming geven wijzigingen in het monitoringplan die niet significant zijn in de zin van lid 3 uiterlijk 31 december van hetzelfde jaar te melden.

2. Voor significante wijzigingen van het monitoringplan in de zin van de leden 3 en 4 is de toestemming van de bevoegde autoriteit vereist.

In gevallen waarin de bevoegde autoriteit een wijziging als niet significant beschouwt, stelt zij de exploitant of vliegtuigexploitant hiervan onverwijld in kennis.

3. De volgende wijzigingen in het monitoringplan van een installatie worden significant geacht:

a) veranderingen van installatiecategorie;

b) in afwijking van artikel 47, lid 8, wijzigingen inzake de vraag of de installatie als kleine emittent wordt beschouwd;

c) wijzigingen in emissiebronnen;

d) een overstap van op berekening naar op metingen gebaseerde methoden, of vice versa, om emissies vast te stellen;

e) een verandering in het niveau dat wordt toegepast;

f) de invoering van nieuwe bronstromen;

g) een verandering in de categorisering van bronstromen, tussen grote, kleine of de-minimisbronstromen;

h) een verandering in de standaardwaarde voor een berekeningsfactor, wanneer deze waarde in het monitoringplan moet worden vastgelegd;

i) de introductie van nieuwe procedures met betrekking tot bemonstering, analyse of kalibratie, wanneer deze nieuwe procedures direct van invloed zijn op de nauwkeurigheid van de emissiegegevens;

j) de implementatie of aanpassing van een kwantificatiemethode voor emissies ten gevolge van lekkage in opslaglocaties.

4. De volgende wijzigingen in het monitoringplan van een vliegtuigexploitant worden significant geacht:

a) met betrekking tot het emissiemonitoringplan:

i) een wijziging in de niveaus in verband met brandstofverbruik;

ii) een wijziging in de emissiefactorwaarden die in het monitoringplan zijn vastgelegd;

iii) een verandering van rekenmethode zoals omschreven in bijlage III;

iv) de invoering van nieuwe bronstromen;

v) een verandering in de categorisering van bronstromen waarbij een kleine bronstroom verandert in een grote bronstroom;

vi) veranderingen van de status van de vliegtuigexploitant als kleine emittent in de zin van artikel 54, lid 1;

b) met betrekking tot het monitoringplan voor tonkilometergegevens:

i) een verandering van de status van de geleverde luchtvervoersdienst van niet-commercieel naar commercieel of vice versa;

ii) een verandering van het object van de luchtvervoersdienst, namelijk of dit passagiers, vracht of post betreft.

Vorige artikelen

Volgende artikelen