Art. 7 Richtlijn 2012/27/EU, Verplichtingsregelingen voor energie-efficiëntie

Richtlijn 2012/27/EU

1. Elke lidstaat stelt een verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie op. Deze regeling zorgt ervoor dat alle energiedistributeurs en/of detailhandelaars in energie die overeenkomstig lid 4 als aan verplichtingen gebonden partijen zijn aangewezen en die op het grondgebied van een lidstaat actief zijn, uiterlijk op 31 december 2020 een cumulatief streefcijfer voor energiebesparing bij de eindafnemer halen, onverminderd lid 2.

Dat streefcijfer stemt ten minste overeen met nieuwe besparingen, ieder jaar vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 december 2020, ten belope van 1,5 % van de jaarlijkse energieverkoop per volume, van alle energiedistributeurs of alle detailhandelaars in energie, aan eindafnemers, over de drie jaar vóór 1 januari 2013. De verkoop van energie, per volume, die gebruikt wordt voor vervoer, mag geheel of gedeeltelijk buiten de berekening blijven.

De lidstaten beslissen hoe de in de tweede alinea bedoelde berekende hoeveelheid aan nieuwe besparingen over de periode moet worden verdeeld.

2. Onverminderd lid 3, kan elke lidstaat:

a) bij de in de tweede alinea van lid 1 bedoelde berekening voor 2014 en 2015 de waarde 1 %, voor 2016 en 2017 de waarde 1, 25 % en voor 2018, 2019 en 2020 de waarde 1,5 % hanteren;

b) de gehele of een deel van de verkoop, per volume, van de energie die gebruikt wordt in de industriële activiteiten, vermeld in bijlage I bij Richtlijn 2003/87/EG, buiten de berekening houden;

c) toestaan dat energiebesparingen die gerealiseerd zijn in de sectoren omzetting, transport en distributie van energie, met inbegrip van infrastructuur voor efficiënte stadsverwarming en -koeling, voortvloeiend uit de naleving van de voorschriften van artikel 14, lid 4, artikel 14, lid 5, onder b), en artikel 15, leden 1 tot en met 6 en 9, worden afgezet tegen de energiebesparingen die krachtens lid 1 zijn vereist, en

d) besparingen die voortvloeien uit afzonderlijke maatregelen die voor het eerst worden uitgevoerd sedert 31 december 2008, en die in 2020 nog steeds effect hebben en meet- en controleerbaar zijn, afzetten tegen de in lid 1 bedoelde energiebesparingen.

3. De toepassing van lid 2 leidt niet tot een verlaging met meer dan 25 % van de in lid 1 bedoelde energiebesparingen. De lidstaten die gebruikmaken van lid 2 stellen de Commissie uiterlijk op 5 juni 2014 daarvan in kennis; deze kennisgeving bevat tevens de in lid 2 genoemde toe te passen elementen, alsmede een berekening van de effecten daarvan op de in lid 1 bedoelde hoeveelheid energiebesparingen.

4. Onverminderd de berekening van de energiebesparingen voor het streefcijfer overeenkomstig de tweede alinea van lid 1, wijst elke lidstaat voor de toepassing van de eerste alinea van lid 1, volgens objectieve, niet-discriminerende criteria, onder de energiedistributeurs en/of detailhandelaars in energie die op zijn grondgebied actief zijn, de aan verplichtingen gebonden partijen aan; daaronder kunnen begrepen zijn de distributeurs en detailhandelaars van vervoersbrandstof die op zijn grondgebied actief zijn. De hoeveelheid energiebesparingen die nodig is om aan de verplichting te voldoen, wordt door de aan verplichtingen gebonden partijen gerealiseerd onder de eindafnemers, die waar passend door de lidstaat, los van de in lid 1 bedoelde berekening, zijn aangewezen, of, indien de lidstaten hiertoe besluiten, door middel van gecertificeerde besparingen afkomstig van andere partijen, als omschreven in lid 7, onder b).

5. De lidstaten drukken de van elke aan verplichtingen gebonden partij vereiste energiebesparing uit in termen van eind- ofwel primair verbruik van energie. De gekozen methode om de vereiste energiebesparing uit te drukken, wordt ook gebruikt om de door de aan verplichtingen gebonden partijen geclaimde besparing te berekenen. De conversiefactoren in bijlage IV zijn van toepassing.

6. De lidstaten zien erop toe dat de uit de leden 1, 2 en 9 van dit artikel, en artikel 20, lid 6, voortvloeiende besparingen worden berekend overeenkomstig punten 1 en 2 van bijlage V. Zij voeren onafhankelijke meet-, controle- en verificatiesystemen in waardoor ten minste een statistisch relevant aandeel en een representatieve selectie van de door de aan verplichtingen gebonden partijen ingestelde maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie wordt gecontroleerd. Die meting, controle en verificatie geschieden door een orgaan dat onafhankelijk is van de aan verplichtingen gebonden partijen.

7. In het kader van de verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie kunnen de lidstaten:

a) eisen met een sociale doelstelling opnemen in de besparingsverplichtingen die zij opleggen, waaronder de eis om een gedeelte van de energie-efficiëntiemaatregelen bij voorrang uit te voeren in huishoudens die met energiearmoede kampen of in sociale woningen;

b) de aan verplichtingen gebonden partijen toestaan de gecertificeerde energiebesparingen die zijn behaald door leveranciers van energiediensten of andere derde partijen, mee te laten tellen voor hun verplichting, onder meer ingeval de aan verplichtingen gebonden partijen via andere officieel goedgekeurde instanties of overheidsinstanties maatregelen propageren die al dan niet formele partnerschappen kunnen inhouden en gecombineerd kunnen worden met andere financieringsbronnen; Wanneer lidstaten zulks toestaan zien zij erop toe dat er een goedkeuringsprocedure van kracht is die helder en transparant is, openstaat voor alle marktdeelnemers en de certificatiekosten zo gering mogelijk beoogt te houden;

c) de aan verplichtingen gebonden partijen toestaan de besparing die in een bepaald jaar is behaald, te beschouwen als gerealiseerd in de vier voorgaande of de drie volgende jaren;

8. De lidstaten maken de totale energiebesparing die op grond van deze regeling is behaald door elke aan verplichtingen gebonden partij, of elke subcategorie van een aan verplichtingen gebonden partij, eens per jaar openbaar.

De lidstaten zien erop toe dat de aan verplichtingen gebonden partijen op verzoek de volgende gegevens verstrekken:

a) de verzamelde statistische gegevens over hun eindafnemers (waarbij significante veranderingen ten opzichte van eerder ingediende gegevens worden aangegeven), en

b) actuele gegevens over het verbruik van de eindafnemers, waaronder, indien van toepassing, belastingsprofielen, klantensegmentatie en geografische locatie van afnemers, zonder de integriteit en de vertrouwelijkheid van private of commercieel gevoelige informatie aan te tasten, conform het toepasselijke Unierecht.

Een dergelijk verzoek mag niet meer dan eens per jaar worden gedaan.

9. Als alternatief voor het instellen van een verplichtingsregeling voor energie-efficiëntie als bedoeld in lid 1 kunnen de lidstaten ervoor kiezen andere beleidsmaatregelen te nemen om energiebesparingen door eindafnemers te behalen, mits die beleidsmaatregelen voldoen aan de criteria van de leden 10 en 11. De jaarlijkse hoeveelheid nieuwe energiebesparingen die met deze aanpak wordt gerealiseerd, moet gelijk zijn aan de hoeveelheid nieuwe energiebesparingen die is vereist bij de leden 1, 2 en 3. Mits een gelijkwaardig resultaat wordt bereikt, mogen de lidstaten verplichtingsregelingen combineren met alternatieve beleidsmaatregelen, onder meer met nationale energie-efficiëntieprogramma's.

De in de eerste alinea bedoelde beleidsmaatregelen kunnen bestaan in — maar zijn niet beperkt tot — de volgende beleidsmaatregelen of combinaties daarvan:

a) energie- of CO2-heffingen die leiden tot beperking van het energieverbruik bij de eindverbruiker;

b) financieringsregelingen en -instrumenten of belastingprikkels die leiden tot de toepassing van energie-efficiënte technologie of technieken en die tot vermindering van het energieverbruik bij de eindverbruiker leiden;

c) regelingen of vrijwillige overeenkomsten die leiden tot de toepassing van energie-efficiënte technologie of technieken en die tot vermindering van het energieverbruik bij de eindverbruiker leiden;

d) standaarden en normen die gericht zijn op de verbetering van de energie-efficiëntie van producten en diensten, waaronder gebouwen en voertuigen, tenzij deze bindend zijn en in de lidstaten van toepassing zijn krachtens het Unierecht;

e) energie-etiketteringsregelingen, met uitzondering van de bindende en de in de lidstaten krachtens het Unierecht toepasselijke regelingen;

f) onderwijs en opleiding, onder meer programma's op het gebied van energieadvies, die leiden tot de toepassing van energie-efficiënte technologie of technieken en die tot vermindering van het energieverbruik bij de eindverbruiker leiden.

De lidstaten delen de Commissie uiterlijk op 5 december 2013 de beleidsmaatregelen mee die zij voornemens zijn vast te stellen op grond van de eerste alinea en van artikel 20, lid 6, conform het kader omschreven in punt 4 van bijlage V; zij tonen daarbij aan hoe zij de vereiste hoeveelheid besparingen gaan behalen. In het geval van de beleidsmaatregelen, bedoeld in de tweede alinea en in artikel 20, lid 6, wordt in die mededeling aangetoond hoe aan de criteria van lid 10 wordt voldaan. Waar het gaat om andere beleidsmaatregelen dan bedoeld in de tweede alinea of in artikel 20, lid 6, lichten de lidstaten toe hoe een gelijkwaardig niveau van besparingen, toezicht en controle wordt bereikt. De Commissie kan binnen drie maanden na de mededeling wijzigingen suggereren.

10. Onverminderd lid 11, voldoen de beleidsmaatregelen die worden genomen op grond van lid 9, tweede alinea, en artikel 20, lid 6, aan de volgende criteria:

a) in de beleidsmaatregelen worden ten minste twee tussendata tot 31 december 2020 vastgesteld, wat ertoe leidt dat het in lid 1 vastgestelde ambitieniveau wordt bereikt;

b) de taak van iedere met de uitvoering belaste partij, deelnemende partij of uitvoerende overheidsinstantie, naargelang van het geval, wordt omschreven;

c) de te behalen energiebesparingen worden op transparante wijze vastgesteld;

d) de in de beleidsmaatregel vereiste of op grond van die maatregel te behalen hoeveelheid energiebesparingen is uitgedrukt in eindverbruik dan wel primair verbruik van energie, waarbij de conversiefactoren zoals vastgelegd in bijlage IV worden gebruikt;

e) energiebesparingen worden berekend volgens de methode en de beginselen vastgesteld in punten 1 en 2 van bijlage V;

f) energiebesparingen worden berekend volgens de methode en de beginselen vastgesteld in punt 3 van bijlage V;

g) de deelnemende partijen stellen, tenzij het niet haalbaar is, een jaarrapport op van de gerealiseerde energiebesparingen, dat publiek toegankelijk is;

h) de resultaten worden gemonitord, en passende maatregelen worden overwogen als onvoldoende voortgang wordt gemaakt;

i) een controlesysteem wordt ingesteld, dat ook een onafhankelijke verificatie omvat van een statistisch significant aandeel van de maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie, en

j) jaarlijks worden gegevens over de jaarlijkse trend in energiebesparingen gepubliceerd.

11. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 9, tweede alinea, onder a), bedoelde heffingen voldoen aan de in lid 10, onder a), b), c), d), f), h) en j), genoemde criteria.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 9, tweede alinea, onder c), bedoelde regelingen en vrijwillige overeenkomsten voldoen aan de in lid 10, onder a), b), c) d), e), g), h), i) en j), genoemde criteria.

De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 9, tweede alinea, bedoelde andere beleidsmaatregelen en de in artikel 20, lid 6, bedoelde nationale fondsen voor energie-efficiëntie voldoen aan de in lid 10, onder a), b), c), d), e), h), i) en j), genoemde criteria.

12. De lidstaten zien erop toe dat ingeval beleidsmaatregelen of afzonderlijke acties een overlappende werking hebben, de energiebesparingen niet dubbel geteld worden.

Verwijst naar

Artikelen die hiernaar verwijzen

Uitspraken die dit artikel aanhalen

Vorige artikelen

Volgende artikelen