Art. 58 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Verband met plattelandsontwikkelingsprogramma's

Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011

1. Onder voorbehoud van het bepaalde in lid 2 wordt geen steun uit hoofde van één of meer bij Verordening (EG) nr. 1698/2005 van de Raad (9) goedgekeurde plattelandsontwikkelingsprogramma's van de lidstaat verleend voor acties in het kader van bij de onderhavige verordening vastgestelde maatregelen.

2. Wanneer op grond van artikel 5, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1698/2005 uitzonderlijk steun is verleend voor maatregelen die anders in aanmerking zouden kunnen komen voor steun op grond van de onderhavige verordening, garanderen de lidstaten dat een begunstigde voor een bepaalde actie slechts steun ontvangt op grond van één regeling.

Met het oog hierop zien de lidstaten, wanneer zij in hun plattelandsontwikkelingsprogramma's maatregelen met dergelijke uitzonderingen opnemen, erop toe dat in de in artikel 55 van de onderhavige verordening bedoelde nationale strategie de criteria en administratieve voorschriften worden vastgesteld die zij in het kader van de plattelandsontwikkelingsprogramma's zullen toepassen.

3. In voorkomend geval en onverminderd artikel 103 bis, lid 3, artikel 103 quinquies, leden 1 en 3, en artikel 103 sexies van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en artikel 47 van de onderhavige verordening, mag het steunniveau voor onder de onderhavige verordening vallende maatregelen niet hoger zijn dan voor maatregelen in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma.

4. De steun voor milieuacties, andere dan de verwerving van vaste activa, mag niet hoger zijn dan de maximumbedragen die voor agromilieubetalingen zijn vastgesteld in bijlage I bij Verordening (EG) nr. 1698/2005. Deze bedragen mogen in uitzonderlijke gevallen worden verhoogd om rekening te houden met specifieke omstandigheden die naar behoren moeten worden gemotiveerd in de in artikel 55 van de onderhavige verordening bedoelde nationale strategie en in de operationele programma's van de producentenorganisaties. De voor milieuacties bestemde bedragen mogen tevens worden verhoogd ter ondersteuning van concrete acties in verband met de in artikel 16 bis van Verordening (EG) nr. 1698/2005 vastgestelde prioriteiten.

5. Het bepaalde in lid 4 geldt niet voor milieuacties die niet direct of indirect betrekking hebben op een specifiek perceel.