Art. 62 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Operationele programma's van unies van producentenorganisaties
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. De lidstaten kunnen toestaan dat unies van producentenorganisaties een operationeel programma of deelprogramma indienen met acties die door twee of meer aangesloten producentenorganisaties in hun respectieve operationele programma worden opgenomen, maar die niet door hen worden uitgevoerd in het kader van die programma's.
2. Het operationele programma van unies van producentenorganisaties wordt samen met het operationele programma van de bij die unie aangesloten producentenorganisaties bekeken, onder meer wat de naleving van de in artikel 103 quater van Verordening (EG) nr. 1234/2007 vastgestelde doelen en beperkingen betreft.
3. De lidstaten zorgen ervoor dat:
a) de acties volledig worden gefinancierd met bijdragen van de bij unies van producentenorganisaties aangesloten leden die producentenorganisatie zijn, in de vorm van betalingen uit de actiefondsen van die producentenorganisaties. De acties mogen evenwel ook met een aan de bijdrage van de aangesloten producentenorganisaties evenredig bedrag worden gefinancierd door in artikel 34 bedoelde bij een unie van producentenorganisaties aangesloten producenten die geen producentenorganisatie zijn;
b) de acties en de overeenkomstige financiële bijdrage worden aangegeven in het operationele programma van elke deelnemende producentenorganisatie;
c) overlappende steun uitgesloten is.
4. De artikelen 58, 59 en 60, artikel 61, onder b) en c), en de artikelen 63 tot en met 67 zijn van overeenkomstige toepassing op de operationele programma's van unies van producentenorganisaties. Het in artikel 59, onder b), bedoelde evenwicht tussen de acties is echter niet vereist voor operationele deelprogramma's van unies van producentenorganisaties.