Art. 56 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Nationaal kader voor milieuacties
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. De lidstaten doen de Commissie een voorstel voor een kader toekomen overeenkomstig artikel 103 septies, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 en melden daarbovenop elke wijziging van het nationale kader waarvoor de in die alinea bedoelde procedure geldt, aan de Commissie. De Commissie zorgt er op de door haar passend geachte wijze voor dat de nationale kaders beschikbaar zijn voor andere lidstaten.
2. In een apart deel van het nationale kader worden de in artikel 103 septies, lid 1, eerste alinea, tweede zin, bedoelde algemene eisen inzake complementariteit, coherentie en conformiteit opgegeven waaraan de in het kader van een operationeel programma geselecteerde milieuacties moeten voldoen. De Commissie stelt de lidstaten een model van dit deel ter beschikking.
Met het oog op de toepassing van artikel 103 quater, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1234/2007 bevat het nationale kader een niet-limitatieve lijst van de milieuacties en de daarvoor in de lidstaat geldende voorwaarden. Voor elke milieuactie worden in het nationale kader de volgende gegevens vermeld:
a) de motivering van de actie, uitgaande van de impact ervan op het milieu, en
b) de specifieke aangegane verbintenis of verbintenissen.
3. Milieuacties die vergelijkbaar zijn met op grond van een plattelandsontwikkelingsprogramma gesteunde agromilieuverbintenissen hebben dezelfde looptijd als die verbintenissen. Indien de looptijd van de agromilieuverbintenissen die van het oorspronkelijke operationele programma overschrijdt, worden de milieuacties voortgezet in een volgend operationeel programma. In naar behoren gemotiveerde gevallen, met name op basis van de resultaten van de in artikel 126, lid 3, bedoelde tussentijdse evaluatie, mogen de lidstaten de looptijd van milieuacties echter inkorten of dergelijke acties zelfs stopzetten.
De in de eerste alinea bedoelde looptijd van de acties en, in voorkomend geval, de verplichting om de actie in een volgend operationeel programma voort te zetten, dienen in het nationale kader te worden opgenomen.