Art. 117 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011, Operationeel programma
Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011
1. De betalingen worden berekend op basis van wat subsidiabel blijkt te zijn.
2. De lidstaat onderzoekt de van de begunstigde ontvangen steunaanvraag en stelt de subsidiabele bedragen vast. De volgende bedragen worden door de lidstaat vastgesteld:
a) het bedrag dat louter op basis van de aanvraag aan de begunstigde zou moeten worden betaald;
b) het bedrag dat op basis van het onderzoek van de subsidiabiliteit van de aanvraag aan de begunstigde moet worden betaald.
3. Indien het in lid 2, onder a), bedoelde bedrag meer dan 3 % hoger is dan het in lid 2, onder b), bedoelde bedrag, wordt een boete opgelegd. Het bedrag van de boete komt overeen met het verschil tussen de in lid 2, onder a) en b), bedoelde bedragen.
Indien de producentenorganisatie of de producentengroepering kan aantonen niet verantwoordelijk te zijn voor de opname van het niet-subsidiabele bedrag, wordt evenwel geen boete opgelegd.
4. De leden 2 en 3 zijn van overeenkomstige toepassing op niet-subsidiabele uitgaven die tijdens de controles ter plaatse of controles achteraf aan het licht komen.
5. Indien de waarde van de afgezette productie vóór het indienen van de steunaanvraag wordt opgegeven en gecontroleerd, worden de opgegeven en goedgekeurde waarden gebruikt voor de vaststelling van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde bedragen.