Art. 24 Verordening (EU) nr. 961/2010

Verordening (EU) nr. 961/2010

1. Voor kredietinstellingen en financiële instellingen die vallen onder artikel 39, is het verboden:

a) een nieuwe bankrekening te openen bij een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of bij een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2;

b) een nieuwe correspondentbankrelatie aan te gaan met een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of bij een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2;

c) een nieuwe vertegenwoordiging in Iran te openen of een bijkantoor of dochtermaatschappij in Iran op te richten;

d) een nieuwe joint venture op te richten met een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of met een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2;

2. Er geldt een verbod op:

a) het toestaan van de opening van een vertegenwoordiging of van de oprichting van een bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie van een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of van een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2;

b) het onderhandelen over of het sluiten van overeenkomsten voor of namens een in Iran gevestigde kredietinstelling of financiële instelling, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of voor of namens een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2, die betrekking hebben op het openen van een vertegenwoordiging of de oprichting van een bijkantoor of dochtermaatschappij in de Unie;

c) het verlenen van een vergunning voor het aanvangen en de uitoefening van werkzaamheden voor een kredietinstelling of van enige andere werkzaamheid waarvoor een voorafgaande toestemming vereist is, door een vertegenwoordiging, bijkantoor of dochtermaatschappij van een kredietinstelling of financiële instelling gevestigd in Iran, met inbegrip van de centrale bank van Iran, of door een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2, indien het vertegenwoordiging, bijkantoor of de dochtermaatschappij niet actief was vóór 26 juli 2010.

d) het verwerven dan wel vergroten van een deelneming, of het verwerven van enig ander eigendomsrecht in een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 39 door een kredietinstelling of financiële instelling in de zin van artikel 23, lid 2.

Vorige artikelen

Volgende artikelen