Art. 21 Verordening (EU) nr. 961/2010

Verordening (EU) nr. 961/2010

1. Overdrachten van middelen naar en van een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden verwerkt als volgt:

a) overdrachten van middelen die verschuldigd zijn uit hoofde van transacties met betrekking tot voedsel, gezondheidszorg, medische uitrusting of humanitaire doeleinden worden verricht zonder voorafgaande toestemming; de overdracht wordt schriftelijk gemeld bij een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, vermeld op de in bijlage V genoemde internetsites, indien het een overdracht van meer dan 10 000 euro of een gelijkwaardig bedrag in een andere munteenheid betreft;

b) alle overige overdrachten ten bedrage van minder dan 40 000 euro worden zonder voorafgaande toestemming verricht; de overdracht wordt schriftelijk gemeld bij een van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, vermeld op de in bijlage V genoemde internetsites, indien het een overdracht van meer dan 10 000 euro of een gelijkwaardig bedrag in een andere munteenheid betreft;

c) voor alle overige overdrachten ten bedrage van meer dan 40 000 euro of een gelijkwaardig bedrag in een andere munteenheid is de voorafgaande toestemming vereist van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat, vermeld op de in bijlage V genoemde internetsites.

2. Deze bepalingen zijn van kracht ongeacht of de overdracht van kapitaal in één enkele operatie wordt gedaan of in verschillende operaties die aan elkaar gekoppeld blijken te zijn.

3. De meldingen en verzoeken om toestemming voor overdrachten van kapitaal naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van de betaler als bedoeld in artikel 1, onder r), gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de oorspronkelijke opdracht tot het verrichten van de overdracht is gegeven.

De meldingen en verzoeken om toestemming voor overdrachten van kapitaal naar een Iraanse persoon, entiteit of lichaam worden door of namens de betalingsdienstaanbieder van de begunstigde als bedoeld in artikel 1, onder r), gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de begunstigde of de betalingsdienstaanbieder is gevestigd.

Indien de betalingsdienstaanbieder van de betaler of de begunstigde niet onder artikel 39 valt, worden meldingen en verzoeken om toestemming door de betaler of de begunstigde gericht aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de begunstigde of de betalingsdienstaanbieder is gevestigd.

4. Voor de toepassing van lid 1, onder c, zullen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, genoemd op de in bijlage V vermelde internetsites, op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de overdracht van kapitaal voor een waarde van 40 000 euro of meer, tenzij zij redelijke gronden hebben om vast te stellen dat de overdracht van kapitaal waarvoor deze vergunning wordt aangevraagd, zou bijdragen aan een van de volgende activiteiten:

a) activiteiten van Iran met betrekking tot de verrijking of opwerking van uranium of met betrekking tot zwaar water;

b) de ontwikkeling door Iran van overbrengingssystemen voor nucleaire wapens;

c) de uitoefening door Iran van activiteiten in verband met andere punten waarover de IAEA haar bezorgdheid heeft uitgesproken of heeft verklaard dat er nog geen duidelijkheid bestaat. of

d) Verboden activiteiten met betrekking tot de exploratie van aardolie en aardgas, de productie van aardolie en aardgas, de raffinage, of de vloeibaarmaking van aardgas door een Iraanse persoon, entiteit of lichaam, zoals bedoeld in de artikelen 8, 9 en 11.

Een bevoegde autoriteit kan de kosten voor de behandeling van een verzoek om toestemming in rekening brengen.

De toestemming wordt geacht te zijn verleend indien de bevoegde autoriteit schriftelijk om deze toestemming is verzocht, en zij binnen vier weken geen schriftelijk bezwaar heeft gemaakt tegen de overdracht van kapitaal. Indien het bezwaar wordt gemaakt omdat het onderzoek nog loopt, vermeldt de bevoegde autoriteit deze omstandigheid en deelt zij haar besluit zo spoedig mogelijk mede. De bevoegde autoriteit wordt op tijdelijke basis rechtstreeks of onrechtstreeks toegang verleend tot de informatie die voor het onderzoek nodig is op financieel en administratief gebied en inzake rechtshandhaving.

De betrokken lidstaat moet de andere lidstaten en de Commissie op de hoogte brengen wanneer hij een verzoek tot toestemming afwijst.

5. Dit artikel is niet van toepassing indien de toestemming tot overdracht is verleend overeenkomstig de artikelen 13, 17, 18, 19 of 20.

Vorige artikelen

Volgende artikelen