Art. 26 Verordening (EU) nr. 961/2010
1. Er geldt een verbod op:
a) het aanbieden van verzekering of herverzekering aan:
i) Iran of de Iraanse regering, overheidsorganen, -bedrijven en -agentschappen;
ii) een Iraanse persoon, entiteit of lichaam anders dan een natuurlijke persoon; of
iii) een natuurlijke persoon of rechtspersoon, entiteit of lichaam handelend namens of op aanwijzing van een rechtspersoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i) of ii);
b) het bewust en opzettelijk deelnemen aan activiteiten die tot doel of tot gevolg hebben dat de onder a) bedoelde verbodsbepaling wordt omzeild.
2. Lid 1, punt a), onder i) en ii), is niet van toepassing op het verstrekken aan in de Unie gevestigde Iraanse personen, entiteiten of lichamen van een verplichte verzekering of van een verzekering jegens derden.
3. Lid 1, punt a) onder iii), is niet van toepassing op het verstrekken van verzekeringen, waaronder ziektekosten- en reisverzekeringen, aan personen die als particulier handelen, met uitzondering van de op de lijst van de bijlagen VII en VIII opgenomen personen, noch op de daarop betrekking hebbende herverzekeringen.
Lid 1, punt a), onder iii), laat onverlet dat verzekeringen of herverzekeringen kunnen worden verstrekt aan de eigenaar van een vaar-, vlieg- of voertuig dat gehuurd wordt door een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld in lid 1, punt a), onder i) en ii), mits laatstgenoemde niet is opgenomen in de lijsten in bijlagen VII en VIII.
Voor de toepassing van lid 1, punt a), onder iii), wordt een persoon, entiteit of lichaam geacht niet te handelen op aanwijzing van een persoon, entiteit of lichaam als bedoeld onder i) en ii) indien deze aanwijzing bedoeld is voor het aanleggen, het laden en lossen of de veilige doorreis van een vaar- of vliegtuig dat zich tijdelijk in de Iraanse wateren of het Iraanse luchtruim bevindt.
4. Bij dit artikel wordt de uitbreiding of verlenging verboden van verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van deze verordening, maar niet de naleving van overeenkomsten die vóór die datum zijn gesloten, mits daarbij het bepaalde in artikel 16, lid 3, onverlet blijft.