Art. 19 Verordening (EU) nr. 961/2010

Verordening (EU) nr. 961/2010

1. In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, op door hen passend geachte voorwaarden toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde tegoeden of economische middelen, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de betrokken bevoegde autoriteit heeft vastgesteld dat de tegoeden of economische middelen:

i) noodzakelijk zijn voor het dekken van uitgaven voor de basisbehoeften van de in de bijlage VII of VIII genoemde personen en de leden van hun gezin die van hen afhankelijk zijn, zoals betalingen voor levensmiddelen, huur of hypotheeklasten, geneesmiddelen of medische behandelingen, belastingen, verzekeringspremies en nutsvoorzieningen;

ii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van redelijke honoraria en vergoeding van gemaakte kosten in verband met de verlening van juridische diensten; of

iii) uitsluitend bestemd zijn voor de betaling van honoraria of kosten voor alleen het houden of beheren van bevroren tegoeden of economische middelen; en

b) indien de toestemming een persoon, entiteit of lichaam betreft genoemd in bijlage VII: de betrokken lidstaat heeft het Sanctiecomité in kennis gesteld van deze vaststelling en van zijn voornemen toestemming te verlenen, en het Sanctiecomité heeft niet binnen vijf werkdagen na die kennisgeving bezwaar geuit.

2. In afwijking van het bepaalde in artikel 16 kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die op de in bijlage V vermelde internetsites worden genoemd, toestemming geven voor de vrijgave van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, of voor de beschikbaarstelling van bepaalde bevroren tegoeden of economische middelen, indien zij hebben vastgesteld dat de betrokken tegoeden of economische middelen nodig zijn voor de betaling van buitengewone kosten of voor de betaling of overdracht van goederen als bedoeld in artikel 6, lid b en lid c, bestemd voor een lichtwaterreactor in Iran waarvan de bouw is aangevat vóór december 2006, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) indien de toestemming een in bijlage VII genoemde persoon, entiteit of lichaam betreft: deze vaststelling is door de betrokken lidstaat aangemeld bij het Sanctiecomité en de vaststelling is door het Sanctiecomité goedgekeurd, en

b) indien de toestemming een in bijlage VIII genoemde persoon, entiteit of lichaam betreft: de bevoegde autoriteit heeft ten minste twee weken voor zij de toestemming verleent aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten en de Commissie gemeld op welke gronden zij meent dat de specifieke toestemming moet worden verleend.

3. De betrokken lidstaat stelt de andere lidstaten en de Commissie in kennis van elke op grond van de leden 1 of 2 verleende toestemming.

Vorige artikelen

Volgende artikelen