Art. 55 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Recreatievisserij
Verordening (EG) nr. 1224/2009
1. De lidstaten zorgen ervoor dat de recreatievisserij op hun grondgebied en in communautaire wateren plaatsvindt op een wijze die strookt met de doelstellingen en de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
2. De in het kader van de recreatievisserij gedane vangsten mogen niet in de handel worden gebracht.
3. Onverminderd Verordening (EG) nr. 199/2008, zien de lidstaten, middels een steekproevenplan, toe op de vangsten van onder herstelplannen vallende bestanden door de recreatievisserij vanaf boten die onder hun vlag varen en vanaf boten van derde landen, in wateren die onder hun soevereiniteit of jurisdictie vallen. Visserij vanaf de kust wordt niet meegerekend.
4. Het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) evalueert de economische impact van de in lid 3 bedoelde recreatievisserij. Wanneer blijkt dat de recreatievisserij een beduidende impact heeft, kan de Raad volgens de procedure in artikel 37 van het Verdrag besluiten de recreatievisserij van lid 3 te onderwerpen aan specifieke beheersmaatregelen zoals vismachtigingen en vangstaangiften.
5. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de in artikel 119 bedoelde procedure.