Art. 56 Verordening (EG) nr. 1224/2009, Beginselen voor de controle op de afzet

Verordening (EG) nr. 1224/2009

1. Elke lidstaat is verantwoordelijk voor de controle, op zijn grondgebied, op de toepassing van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid in alle stadia van de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, van de eerste verkoop tot de detailverkoop, met inbegrip van het vervoer.

2. Wanneer voor een bepaalde soort in de communautaire wetgeving een minimummaat is vastgesteld, moeten de voor de aankoop, de verkoop, de opslag of het vervoer verantwoordelijke marktdeelnemers het betrokken geografische gebied van oorsprong van de producten kunnen bewijzen.

3. De lidstaten zien erop toe dat alle gevangen of geoogste visserij- en aquacultuurproducten vóór de eerste verkoop in partijen worden verdeeld.

4. Hoeveelheden van minder dan 30 kilo per soort afkomstig van hetzelfde beheersgebied van diverse vissersvaartuigen mogen in partijen worden verdeeld door de producentenorganisatie waarvan de exploitant van het vissersvaartuig lid is of door een geregistreerde koper vóór de eerste verkoop. De producentenorganisatie en de geregistreerde koper bewaren minstens drie jaar lang gegevens over de oorsprong van de inhoud van de partijen waarin de vangsten van verscheidene vissersvaartuigen worden gedaan.